Schoolvakanties


of
Waarom sluiten scholen 12 weken per jaar hun deuren?

Waarom scholen 12 weken per jaar hun deuren sluiten? Geen idee! Nou ja, vroeger was er een ‘grote vakantie’ waardoor boerenkinderen konden helpen de oogst van het land te halen.
Ik ken geen andere branche die het durft haar klanten 12 weken lang de deur te wijzen. Integendeel, we zijn al decennia lang op weg naar een 24/7 economie en dat werkt niet alleen online met webshops. Overal zie je bewegingen om het de klanten makkelijker te maken; ruimere openingstijden, betere bereikbaarheid en klantvriendelijker processen.

Maar zo niet in het onderwijs. Dat zegt een paar keer per jaar eenzijdig: we zijn er even niet; zoekt het maar uit. Met als gevolg dat we met te veel mensen in februari naar de wintersport moeten, met lange files op heen- en terugweg, met lange rijen op de pistes en dat tegen het (drie)dubbele van de prijs voor of na die week. Hetzelfde patroon in de meivakantie en in optima forma ook nog eens in de zomervakantie. Met zwarte zaterdagen als gevolg…

Schoolvakanties zorgen voor overvolle vakantiebestemmingen. Vakantiebestemmingen die buiten de vakantieperiodes de grootste moeite hebben hun minimale bezetting te halen. Dat doen ze dan door ons te lokken met kortingen, die in die paar overvolle vakantieweken weer terugverdiend moeten worden. Vandaar die hoge prijzen. Door het grote aanbod van mensen die aan de schoolvakanties gebonden zijn wordt ruimte gecreëerd voor ondernemers met een beperkt waardenbesef, die hun prijzen baseren op ‘wat de gek er voor over heeft’.

En ja, er is toch nog een branche net als het onderwijs: ook de bouw zorgt voor de bovenmatige drukte in de zomervakantie. Heeft z’n tijd ondertussen ook overleefd.
De huidige vakantiespreiding is een doekje voor het bloeden.

Reden genoeg dus om ‘de schoolvakantie’ eens onder de loep te nemen. De enige reden die ik kan bedenken waarom er schoolvakanties zijn is dat de leerlingen toe zijn aan rust. Of de leerkrachten. En natuurlijk hebben beide groepen op z’n tijd hun rust nodig. Maar allemaal tegelijk? We zijn er de afgelopen decennia toch wel achter gekomen dat ieder mens verschillend is, dus hoezo allemaal gelijk op vakantie?

Ik ben bang dat het te maken heeft met ‘beheersbaarheid’. ‘We zijn gebleven bij hoofdstuk 7, na de vakantie gaan we met zijn allen weer verder met hoofdstuk 8’. Zoiets… Lekker overzichtelijk. Maar het onderwijs is echt al veel verder in haar ontwikkeling. Langs de weg van differentiatie gebeurt er veel in het creëren van ruimte voor individuele ontwikkeling, met op hert individu-gerichte leerwegen. Alleen gedurende de schoolvakanties even niet. Dat betreft wel een kwart van het hele jaar.

De coronacrisis heeft nu al als een van haar positieve bijwerkingen tot gevolg dat het onderwijs een enorme ontwikkelingsslag heeft gemaakt richting afstandsonderwijs. Zullen we nu gelijk doorpakken en scholen 52 weken per jaar openhouden?! Alle leerlingen krijgen een vakantiebudget van 60 dagen, alle leerkrachten van 30 dagen. Opneembaar zoals gebruikelijk bij organisaties die met vakantiedagen werken. Ik kan me geen reden bedenken waarom juist het onderwijs dit niet zou kunnen.

Wat let ons?

Piet Boot
mei 2020

Grimpen

Het is nu echt tijd te gaan grimpen. Grimpen? Grimpen is groeien en krimpen tegelijkertijd. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet.

De noodzaak om te krimpen kennen we al uit de zestiger jaren van de vorige eeuw toen het rapport van De Club van Rome uitkwam: ‘Grenzen aan de groei’. Sedert dat rapport worden we er met grote regelmaat op gewezen dat we met elkaar meer verbruiken dan de aarde kan leveren. Dat het allemaal een tandje minder moet wordt door velen ondertussen onderschreven. Bij dat overmatig gebruik produceren we te veel CO2. En dat is niet in het belang van de juiste balans tussen mens en natuur. Minderen dus! Krimpen, om de natuur weer te laten groeien. En daarvoor is een groei van ons bewustzijn nodig.

Wat ook moet krimpen is de groeiende kloof tussen arm en rijk. Talloze publicaties tonen aan dat de rijken steeds rijker worden, de armen steeds armer. Deze sociale en economische onbalans gaat zich uiteindelijk wreken. Maar ook zonder dat uitzicht vraagt de ethiek voor alle mensen op deze aarde om gelijkwaardigere kansen op een menswaardig bestaan. Vanuit mijn optiek begint dat bij leefomstandigheden waarbij de ontplooiing van het individu niet gehinderd wordt door een fundamenteel en structureel gebrek. Gebrek aan hygiëne, gebrek aan voedsel, gebrek aan huisvesting, gebrek aan onderwijs, gebrek aan werk, gebrek aan liefde, in de betekenis van gebrek aan zorg en aandacht. Omdat rijkdom sterk gerelateerd is aan macht en macht niet de neiging heeft uit zichzelf te krimpen is aan de onderkant van de samenleving dus groei nodig. Betere leef- en werkomstandigheden en vooral meer kennis. Meer en beter onderwijs is een belangrijke sleutel om andere gebreken te helpen verminderen.

De groei aan de onderkant van de samenleving toont zich als kracht. Door het ontwikkelen van kracht aan de onderkant van de samenleving worden de huidige machthebbers langzaamaan geneutraliseerd. Natuurlijk is van die zijde de nodige weerstand te verwachten. Maar positivisten, waartoe ik mijzelf reken, zien ook in de groep van extreem rijken voorzichtige bewustzijnsontwikkeling. Het inzicht groeit dat de huidige sociaaleconomische verhoudingen niet toekomstbestendig zijn. Zoals ook het inzicht groeit dat er ‘gewoon’ belasting moet worden betaald.

Twee tegengestelde bewegingen dus.
Enerzijds: krimpen. Krimpen, dat vooral kwantitatief krimpen betekent. Dat verder gaat dan duurzaam produceren; het is echt consuminderen. Daar is bewustzijnsontwikkeling voor nodig. En dat is een vorm van groeien. Groeien om te kunnen krimpen.

Anderzijds: groeien. Groeien, wat eerst juist kwalitatief van karakter is (bewustwording), maar vervolgens een kwantitatieve betekenis krijgt. Om de eerdergenoemde gebreken van de sociaaleconomische onderklasse op te heffen is groei nodig. Een forse groei, alleen al door het grote aantal mensen met één of meer van de genoemde gebreken. We praten niet over miljoenen, maar over een paar miljard medeburgers van deze aarde.
De ruimte voor die noodzakelijke kwantitatieve groei moet in de bovenliggende lagen van de samenleving gecreëerd worden. Deze achterstallige groei mag het herstel van de huidige onbalans tussen mens en natuur niet vertragen. Dus: krimpen om te kunnen groeien.

Pittige opgave, dat grimpen.

Piet Boot
augustus 2020

Snelrecht

We hebben net het debat over de Toeslag-affaire gehad. Eén van de belangrijkste conclusies: we hebben ons collectief teveel gefocust op fraudebestrijding als gevolg van de zo genoemde Bulgarenfraude. En in die focus op fraude zijn we de menselijke maat geheel uit het oog verloren. Barbertje moest hangen…
Wie denkt dat die oogkleppen-fraude-aanpak alleen ambtenaren, management, bestuurders en politici betreft nodig ik uit te luisteren naar de column van Pieter Derks (Nieuws-BV, radio 1, 20 januari j.l.)

https://www.nporadio1.nl/de-nieuws-bv/onderwerpen/71034-2021-01-20-druktemaker-pieter-derks-we-hebben-als-kiezers-gefaald

Afgelopen dagen was iedereen vol van de avondklokrellen. Rellen die heel weinig met de avondklok, maar des te meer met puur vandalisme te maken hebben. Dus hebben we vandaag snelrecht en hoor ik veel roepen om harde straffen. TeleTekst meldt:

“Snelrechters in Den Haag, Breda en Middelburg hebben cel- en taakstraffen opgelegd aan mensen die betrokken waren bij de avondklokrellen. Het gaat vooral om geweldpleging en opruiing.         

Zo kreeg een 19-jarige man uit Den Haag twee maanden cel voor het gooien van een steen naar een politiebus. In Breda kreeg een man uit Bavel vier maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk, voor opruiing. Hij had een oproep gedaan om in Breda de avondklok te negeren.     

De snelrechter in Middelburg heeft vier mannen uit Goes veroordeeld tot cel- en werkstraffen voor het verspreiden van opruiende berichten”.

Ik maak bezwaar tegen de celstraffen. De consequenties daarvan voor het verdere leven zijn vooralsnog te groot. Het niet krijgen van een VOG, baanverlies en/of gereduceerde opleidingskansen zijn vaak het directe gevolg van het hebben van een strafblad. Liever zie ik daarom de taakstraffen verhoogd, maar nog liever zie ik dat er ook tijd gestoken wordt in aandacht en in luisteren. Van ‘hard’ met ‘hard’ vergelden kwam zelden iets goeds.
De de-escalerende aanpak van de politie werkte gisteravond: in een zo vroeg mogelijk stadium in contact komen met betrokkenen en aanspreken.
Celstraffen als ‘afschrikwekkend voorbeeld’ zijn niet alleen contraproductief, maar ook onrechtvaardig in gevallen waar slechts een enkeling wordt gestraft terwijl er tientallen andere daders van gelijksoortige opruiende berichten zijn. Afschrikwekkende voorbeelden zijn voor kwaadwillenden zelden een ‘leermoment’. Het ongewenst gedrag wordt waarschijnlijk wel voor een poosje onderdrukt, maar of er ‘geleerd’ wordt is maar zeer de vraag.
Ik hoopte dat de Toeslagen-affaire hernieuwd inzicht had opgeleverd. Dat het besef was gegroeid dat de drang van ‘Barbertje moet hangen’ niet overeenkomt met de brede behoefte aan de terugkeer van de menselijke maat.
Maar dat besef moet blijkbaar nog groeien.
Misschien na de volgende affaire.

Piet Boot
27-01-2021

Waarop proost jij?

“Proost; op je gezondheid”. Zo klonk het dit weekend weer in mijn tuin. En, zo werd er aan toegevoegd: “Gezondheid is toch het belangrijkste wat er is”. Mag ik daar ander over denken? Zeker weten dat gezondheid super belangrijk is, maar het belangrijkste wat er is…? Ik heb twee redenen om daar anders tegenaan te kijken.

Ten eerste omdat ik er van overtuigd ben dat het ervaren van geluk van een hogere orde is dan het hebben van een goede gezondheid. Veel bewondering voel ik als ik in contact ben met mensen met ernstige, soms ongeneeslijke ziekten, die ondanks hun problemen en slechte perspectieven toch toch een hartverwarmend levensgeluk uitstralen. Daarbij bagatelliseren zij hun gezondheidsproblemen niet, maar ze maken deze ondergeschikt aan hun levensgeluk.
Ik ken er ook die hun geluk toch een in meer of mindere van hun gezondheid laten afhangen. In ontmoetingen is gezondheid dan meestal ook het eerste gespreksonderwerp.

Mijn tweede argument om geluk boven gezondheid te zetten is mijn permanent gevoelde persoonlijke verzet tegen de interpretatie van het begrip gezondheid, zoals wij dat breed maatschappelijk hanteren. Gezondheid gaat daarbij over de gezondheid van het lichaam. Artikelen over gezondheid gaan dan ook dominant over meer bewegen en gezonder eten. Gezondheidsadvertenties sluiten daar mooi bij aan en laten ons geloven dat hoe mooier je bent, hoe beter je je voelt.

Ik doe aan het gelijk van deze zienswijzen niets af, maar voeg er nog wat aan toe. Gezondheid gaat bij mij ook over de geestelijke- sociale- en spirituele gezondheid. Dat samen is een ongedeelde eenheid.
En net zoals we bij de lichamelijke gezondheid denken aan voeding en beweging, zo zouden we, volgens mij, ook moeten denken aan voeding en beweging bij de geestelijke gezondheid, de sociale gezondheid en de spirituele gezondheid. Dan krijg je dus vragen als: ‘wat is mijn sociale beweging?’ Maak je nog nieuwe vrienden?; kom je wel eens in sociale kringen die je minder of niet gewend bent?. Of: ‘wat is jouw geestelijke beweging?’. Velen zullen zich even achter de oren krabben bij het horen van deze vraag, ongebruikelijk als hij is. Maar ik moet er altijd aan denken als ik iemand bij het verlaten van het stemhokje hoor zeggen: “ik stem altijd …… , dat deden mijn ouders ook altijd”.  Bij mensen met een sterk geloof stel ik mij die vraag ook wel eens: zit daar nog geestelijke beweging in, te beginnen met twijfel? En wat was jouw geestelijke voeding: had dat de diepgang van de reality-soap van  ‘Andy en Melissa’ of ben je aan het denken gezet door een goed boek? Dit soort vragen en gesprekken zijn we minder gewend. Ons gezondheidsbegrip is erg beperkt. In een ander blog zal ik dit nog wel eens uitwerken. Maar ik denk dat het niet slim is zo’n onvolkomen begrepen begrip bovenaan je wensenlijstje te zetten bij het proosten.

Wat mij betreft dus: ‘proost; op je geluk’. In de wetenschap dat het eigenlijk is ‘proost, op ons vermogen geluk te beleven’. Maar dat is zo’n mondvol en verdient ook nog wel wat toelichting. Ook voor een volgend blog…

Waarop ga jij proosten?

Leef jij ook in het nu?

Ja, leef jij in het nu? Best wel jammer; je mist dan namelijk nogal wat. Het echte begrip is volgens mij namelijk niet in het ‘nu’ leven, maar in het ‘hier en nu’.
Ter illustratie: ga deze zomer eens op een terrasje zitten en kijk om je heen. Grote kans dat er een tafeltje is met 3  of 4 personen die bijna allemaal verdiept zijn in hun mobiele telefoon. Ze zijn zelf aan het Twitteren (“ïk zit nu op het terras van het Schoothondje. #pippeloentje) of screenen hun Facebook in de angst te missen waar vrienden en vriendinnen uithangen en of het daar misschien nog leuker is. Meestal zit er in zo’n gezelschap 1 iemand een beetje voor zich uit te staren. En soms kan je het van zijn of haar gezicht aflezen: ‘we gingen hier toch met z’n allen naar toe om het gezellig te hebben?’

De vrienden zijn er wel, maar ze ‘zijn’ er even niet. Ze zijn ‘in het nu’: ze communiceren met de hele wereld in de waan te denken dat ze daarmee volgen wat er ‘nu’ gebeurt. Dat is natuurlijk niet zo: ze volgen maar zo’n oneindig klein stukje van het nu, dat het echt verwaarloosbaar is. Maar wat ze tegelijkertijd verwaarlozen is het ‘hier’. Ze zijn in het ‘nu’ en niet in het ‘hier en nu’. Dan zouden ze namelijk beseffen dat ze op dit briljante moment met een paar goede vrienden hier op dit mooie terras genieten van een heerlijke, vers getapte pils, van de mooie omgeving, het goede gesprek, de humor die soms voorbijloopt, het feit dat je hier zomaar even mag zijn, enz. Maar ze zijn niet ‘in het hier’, dus  het ontgaat ze allemaal. Als ze thuis in hun eentje op de bank hadden gezeten hadden ze bijna dezelfde ervaring gehad als die ze nu hebben. Het ‘nu’ was er dan ook en dat is overal hetzelfde. Het ‘hier’ maakt het ‘nu’ uniek en belevenswaardig. Het ‘hier’ is jouw directe contact met je sociale omgeving waarin zoveel meer communicatie stroomt dan in een Twitterberichtje tot uitdrukking kan komen.

Jazeker: Twitteren is leuk en soms ook handig; Facebook ook. En soms niet alleen handig: het kan ook erg nuttig zijn. Vooral als je een vraag hebt. Dan blijkt het antwoord of de oplossing vaak nabij. De meeste Twitters en Facebook berichten die ik tegenkom vragen niets, maar ‘zenden’ iets. Iets wat zij op dat moment (het ‘nu’) belangrijk vinden of iets in de trant van “Kijk mij hier nu zitten”. Maar ze vergeten dat ze ‘hier’ even niet zijn; ze zijn even in het ‘nu’.

Eckhart Tolle (‘De kracht van het nu’) gaf de goede richting aan, maar zette ons ook op het verkeerde been. Douglas Rushkoff (‘Present Shock’) zette mijweer met beide benen op de grond. Behalve als ik op een terrasje zit. Als niemand het ziet leg ik het liefst de benen even op de stoel voor mij om dan in alle rust mijn omgeving helemaal in mij op te nemen. Ik zit ‘daar’ namelijk niet voor niets…

Wat doe jij als je op een terrasje zit?

Hoeveel macht wil jij?

‘Macht is het vermogen beslissingen te nemen, ook als de achterliggende redenen ongeldig zijn’. Dat is macht voor mij. . Macht hebben betekent bijvoorbeeld cijfers zo laten bijstellen dat ze een andere werkelijkheid weergeven. Of kennis / feiten onder de deksel houden of bewijsmateriaal verdoezelen die nadelig voor jou kunnen zijn. Macht betekent ook: zonder overleg lopende contracten open breken en je leveranciers minder gaan betalen. Macht hebben betekent dat je toch iemand aanneemt, terwijl heel je managementteam je adviseert dat niet te doen. En macht kan ook betekenen: kinderen geestelijk en/of lichamelijk mishandelen. Of hele volkeren. Macht is alom aanwezig en brengt niets goeds. Never nooit niet. Macht wordt uitgeoefend door ego-georienteerde zogenaamde leiders en gaat altijd over eigenbelang.

Ik schreef eerder drie blogs over drie woorden die we naar mijn idee uit onze mindset en dus ook uit ons vocabulaire moeten schrappen: hoop (19-06), debat (20-06) en belangen (22-06). Ik voeg ‘macht’ daar nu aan toe.

We hebben net weer het hele politieke circus van de verkiezingen achter de rug: de strijd om de macht in Nederland. Althans: zo wordt dat altijd gepresenteerd. Dat is onze mindset. ‘Als je de politieke macht hebt, krijg je dingen voor elkaar’. Dus gaan we bezig om met populistische en holle kreten zoveel mogelijk stemmen te vergaren om dan vervolgens zoveel mogelijk zetels te halen. Frappant is daarbij dat we het ook steeds hebben over het politieke ‘debat’ (laten we vooral de tegenstellingen vergroten, met het ook op ‘meer macht’) en dat we als politieke partij vooral opkomen voor de belangen van specifieke groepen in de samenleving. Oude paradigma’s verbonden aan het net zo oude paradigma dat je als regeringspartij dan de macht hebt jouw idealen door te zetten. Of door te drukken.

Ik vind het mooi als onze nieuwe politieke leiders zich aan de oude paradigma’s gaan onttrekken. Dat zij niet meer het debat zoeken, maar de dialoog. En dat zij niet meer het belang van de eigen kiezers/doelgroepen gaan bewaken, maar ‘ons aller belang’. En ‘ons aller belang’ houdt niet op aan onze landsgrenzen, zelfs niet aan die van Europa.

Om dat te doen is iets anders nodig dan macht: kracht. Werken vanuit kracht is werken vanuit wijsheid en overzicht. Werken vanuit kracht betekent alle belangen overziend vanuit het perspectief van het algemeen belang.  Kracht werkt verbindend en is transparant. Macht heeft niets van dat. Krachtige leiders kunnen, net als machtige leiders, beslissingen nemen die niet overeenkomstig zijn met de mening van de meerderheid van de degenen die het besluit betreft. Maar een krachtige leider geeft uitleg op basis van een inspirerende visie, neemt mensen mee naar een nieuw perspectief en geeft houvast aan degenen die nog niet meekunnen met dat nieuwe denken. Een krachtig leider raakt nooit uit zicht van zijn volgers. Of van haar volgers. Want laten we eerlijk zijn: het machtsdenken is toch wel heel erg een representant van mannelijk gedrag, ‘het mannelijke’. Kracht is verbonden aan het vrouwelijke,

Zelfs met haar vier zetels kan Jolanda Sap ook zonder macht zo nog veel betekenen en bereiken.

 

 

 

 

 

Ellen

Vandaag, 7 september 2012 is het precies twee jaar geleden dat Ellen Schenkelaars plotsklaps uit ons leven verdween. Haar volstrekt onverwachte overlijden was niet alleen voor haar gezin en familie een grote schok. Het heeft lang geduurd voordat ik zelf met beheerste emotie kon praten over het verlies van mijn Katarsiaanse zielemaatje.

Vandaag wil ik mijn blog aan haar wijden. Niet met veel tekst, want woorden blijven tekort schieten. Wel met een foto, genomen op de mooiste dag uit mijn Triam geschiedenis: het 15 jarig jubileum Kennisfestival in de Efteling op 1 oktober 1998.
Het is begin van de middag als Ellen als toverkol een inleiding houdt op het middagprogramma. Dit is Ellen. Beter kan ik haar niet beschrijven.

Wat ik aan het slot van mijn toespraak op haar crematie niet meer kon zeggen:

Lieve Ellen, dromenvanger
Waar je nu ook bent; als ik weer eens droom, vang jij ‘m dan op, geef ‘m kleurtjes
met je penselen en je kwasten, maak ‘m mooi en stop er dan een snufje inspiratie in.
En laat ‘m dan weer naar beneden zweven. Dan weet ik dat het goed met je gaat.

Ik heb ondertussen begrepen dat het inderdaad goed met haar gaat.

 

 

Ben je daar voor opgeleid?

Francis Bacon. Kunstschilder. Afgelopen zondag zag ik werk van hem in Zomergasten. Keuze van van DIs. Ik herkende wel een paar van Bacon’s werken en ik meen zijn naam ook wel eens tegengekomen te zijn, maar echt in mijn systeem zat hij niet. Nu wel. Niet zozeer door zijn kunst zelf, maar door een uitspraak die ik hem hoorde doen in een videofragment. Die uitspraak maakte indruk. Ik schilder namelijk zelf ook. Nou ja, ik maak schilderijen, maar ben al een jaar niet in mijn atelier geweest. Ja, ik heb ook een eigen atelier. Klein, vier bij vijf, schat ik, maar toch. De header van dit blog is een deel van het laatste afgeronde schilderij, bijvoorbeeld. Ik kijk er zelf graag naar. Ooit voeg ik nog wel een rijtje foto’s van mijn producten toe aan dit weblog.

Als men aan mij vraagt “wat stelt het voor?”, of “wat schilder jij dan zoal?”, is mijn standaard antwoord: “het stelt niets voor, letterlijk en figuurlijk”. En zo zie ik dat ook. Letterlijk: ik schilder niets na. Daar is fotografie voor. Ik weet dat ik nog geen kopje op het doek na zou kunnen schilderen. Boeit me ook niet; ik vind het wel kunstig als anderen dat wel heel mooi kunnen. Maar pas al er iets mee gebeurt, dan gaat het mij raken. Mijn eigen criterium is: hoe is dat zo op het doek gekomen? Als je het zou willen, dan krijg je het niet voor elkaar. Zoiets. Maar het moet niet ergens op lijken.

Maar figuurlijk haal ik met ‘het stelt niets voor’ mijzelf als kunstenaar niet echt omhoog. Ik besef dat.  Dat heeft een oorzaak: ik heb geen enkele schildersopleiding gehad of andere kunstzinnige opleiding. In vertrouwde kringen vertrouw ik mijn gesprekspartner wel toe dat ik ook geen opleiding wil. Ik wil geen technieken leren. Ik wil alles zelf ontdekken, om zo te ontdekken welke stijl ik heb, hoe ik werk, hoe ik problemen tackel als ik even niet verder kom in een schilderij. En zo. Dat gaat dus verder dan schilderen alleen.  Op die opvatting krijg ik meestal geen respons (men zwijgt beleefd) of tegengas. Dat het toch wel heel goed is om een opleiding te volgen, dat je er veel van leert, etc. En toen kwam die zomeravond met Francis Bacon, erkend en gewaardeerd kunstschilder. Ik hoorde hem zeggen.’Nee, ik heb geen schilderopleiding gehad; ik moet er niet aan denken. Ik wil  geen technieken leren, ik wil alles zelf ontdekken’. Of woorden van gelijke strekking. Het was of ik mij zelf hoorde praten, maar nu zei een kunstenaar van aanzien dat. Wat een katarsis!.

Maar als het goed is om niet opgeleid te worden, wat betekent dat dan voor ons onderwijs? Zijn er nog meer ‘vakken’ waarin je maar beter niet opgeleid kan worden? Opgeleid worden of zelf leren? Ik denk dat ik het verschil wel weet en ook waar ik voor kies. Jij ook?

 

Vond jij hem ook een top-manager?

Je kunt de vraag tweeledig opvatten. Afgelopen zondag was Ben Verwaayen te gast bij VPRO-zomergasten: is hij nu een topmanager of een top manager? Oftewel: geeft hij leiding aan een groot bedrijf/concern of is hij een heel goede manager? Of beide? Of beide niet? Wat een mogelijkheden. Eén ding is zeker: Verwaayen geeft al jaren leiding aan grote concerns. Dus een topmanager is hij zeker. Maar is hij ook ‘top’?
Ik volgde af en toe het programma op het zogenoemde ‘tweede scherm’ en las veel tweeds van kijkers die hem enthousiast en inspirerend vonden. Wat mij betreft: ook zijn enthousiasme was on-ontkenbaar. Maar inspirerend?

Ik hoorde Ben Verwaayen een paar interessante uitspraken doen.
‘Ik ben een mensenmens en dat is een zwakte; je kunt beter een cijfermens zijn’
Interessant doorkijkje naar zijn opvatting over bedrijfsvoering. Persoonlijk denk ik juist het omgekeerde: Anglo-Amerikaans versus Rijnlands denken, vermoed ik.

Dat vermoeden werd versterkt door de volgende quote: ‘Politici hebben het veel moeilijker dan ik, die hebben multi stakeholders. In een bedrijf heb je er maar één: als je baas maar tevreden is.’ Ik vind dat nogal wat. Waar blijven de andere stakeholders in en rondom het bedrijf? Is het echt zo dat alleen het belang van je baas telt, ongeacht wat? Heb je nog collega’s, klanten, maatschappelijke omgeving, milieu? En wat dacht je van je eigen waarden? ‘Als je baas maar tevreden is”. Hm.

Over waarden gesproken. China kwam ter sprake. En het gegeven dat zij goedkoop kunnen produceren dankzij een gebrek aan regels, mensenrechten, vakbonden. De stelling van Verwaayen was: ‘wij kunnen niet al onze verworvenheden behouden in deze economische strijd tussen China en het Westen. En als je dat wel wilt, moet je niet zeuren dat het hier niet goed gaat.’ Daar kan ik me voor een belangrijk deel in vinden, maar ik vond het wél opvallend dat er daarbij geen enkel onderscheid door hem werd gemaakt tussen materiële en immateriële verworvenheden. Die materiële zaken: dat mag van mij een tandje minder. Twee tandjes ook. Maar de verworvenheid van immateriële waarden zoals betamelijke arbeidsomstandigheden voor alle werknemers, dát willen we toch niet terugdraaien?! Voor Anglo-Amerikaans denkenden: immateriële zaken en waarden kosten niets, alleen aandacht en moeite.
En zelfkennis.

Op het slot kwam de vraag naar zijn sterkste punt. Ik hoorde Verwaayen daarover al eerder iets zeggen. Hij zei ‘ik zie heel snel de essentie van iets. Héél snel’. Die zin vibreerde al een tijdje in mijn achterhoofd. Aan het eind van zomergasten, nogmaals geconfronteerd met de vraag zei hij: ‘ik wil verbeteren’. Toen vielen bij mij de puzzelstukjes in elkaar: ik vermoed dus toch een gebrek aan zelfkennis.
Ik hoorde niets over de essentie van dit tijdgewricht en over de essentie van de grote veranderingen die zich wereldwijd aan het voltrekken zijn. Misschien toch iets té snel gekeken, meneer Verwaayen? Ik heb bijvoorbeeld niets gehoord (ook niet tussen de regels door en ook niet in al zijn bevlogenheid over van alles) over het nieuw bewustzijn over ethiek (dé ‘oorzaak’ van deze zgn. crisis), ook niet over ethiek in het zakendoen.
Ik hoorde ook niets over veranderende inzichten over leiderschap, niets over de veranderende inzichten over ‘eigen verantwoordelijkheid’ (lees: de zelfsturende mens, de zelf-verantwoordelijke medewerker). Geen hint hoorde ik, of zat ik op die momenten net even in te dutten?

Verwaayen zei: ‘ik wil verbeteren’ en hij zei duidelijk niet: ‘ik wil vernieuwen’. Verbeteren is handhaven van het oude en dat steeds beter doen. Dat wordt al gauw denken in efficiency. Maar het blijven oude patronen. Vernieuwers bedenken nieuwe patronen, nieuwe modellen van samenwerken, van organiseren. Met fundamenteel andere arbeidsverhoudingen, transparantere verantwoordelijkheden en niet alleen op cijfers, bijvoorbeeld. Management-tijdschriften staan er vol van; boekenkasten met inspirerende literatuur daarover en gelukkig zijn er ook steeds meer inspirerende leidinggevenden. Al mag dat aantal van mij nog wel groeien. Maar Ben Verwaayen hoorde ik er niet over. Enthousiast vond ik hem dus wel, maar inspirerend: nee!
En dat vind ik heel jammer van zo’n topmanager. Want dat is hij.

 

 

 

Wel eens aan zelfmoord gedacht?

Hoor net in het nieuws dat in een crisis meer mensen zelfmoord plegen dan gebruikelijk. Klinkt logisch. Want wanneer ervaar je iets als een crisis: in de kern als je geen mogelijkheden meer ziet. Bijvoorbeeld omdat ze er feitelijk ook niet meer zijn. Er overlijdt iemand in je naaste omgeving. Dat is er niet meer de mogelijkheid met die persoon iets te delen, er mee te praten, samen iets te ondernemen. Dan is het even crisis tot je weer mogelijkheden gaat zien. Dat er nog andere lieve mensen in je omgeving zijn waarmee je ook kunt delen; dat je de ander nog steeds kunt herinneren en dat dat mooie gedachten zijn die je weer blij kunnen maken; dat er zich nieuwe onverwachte zaken aan je voordoen die nieuwe perspectieven geven. Dan verdwijnt de crisis en stroomt er weer nieuwe energie. Want energie krijg je als je mogelijkheden ziet.

En onze geest is zo prachtig: alle mogelijkheden kunnen gedacht worden. Geniet daarvan totdat je ratio ze weer afschiet. Tijdens de recente Olympische Spelen zag ik mijzelf met de polsstok over de 6 meter spingen, ik zag mij nog voor Kromo aantippen op de 100 vrij en ik zag mij als coach omhelsd dooralle gouden hockeyvrouwen. Ik kon het allemaal denken en ik werd er blij van. Dat het allemaal geen realiteit is deert me niet. Ik kon het denken en het gaf mij energie.

Daarom is het ook zo belangrijk dat we niet in crisis denken. Want in crisis denken is denken in onmogelijkheden. Of, en dat lijkt mij nog veel erger, denken dat iets misschien later onmogelijk gaat worden. “Misschien verlies ik straks mijn baan’. ‘Misschien kan ik  straks niet meer drie keer in de week naar de sportschool’, ‘misschien raak ik mijn huis niet op tijd kwijt’. Het zijn stuk voor stuk allemaal gerechtvaardigde twijfels. Maar laat ze wel volgen door: denken in mogelijkheden.

Als je je baan verliest geeft je dat nieuwe kansen. BIjvoorbeeld op een werkkring zonder die drammerige leidinggevende, of het is dé gelegenheid nu voor jezelf te beginnen, of het is de kans om een nieuw vak te leren (wat je eignlijk vroeger altijd al wilde, maar van je ouders niet mocht).
Als je niet meer drie keer naar jouw sportschool kunt, kan je misschien nog wel twee keer, of zle f een groepje vrienden verzamelen en met ze gaan lopen, of thuis wat vaker aan de trap gaan hagen en oefeningen doen.
Als je je huis niet op tijd kwijtraakt, kan je proberen het te verhuren en je kunt overwegen een webshop te beginnen waarmee je het financiele gat kunt overbruggen. Of je gaat heel erg visualiseren hoe het nog wel verkoscht gaat worden en gaat dat uitvoeren.
Het is niet zo moeilijk nieuwe mogelijkheden te denken. De kunst is ze niet direct neer te sabelen.

Er zijn altijd mogelijkheden die gedacht kunnen worden. En als je zelf een mogelijkheid niet denkt, of hem al na 0,14 miliseconde afschiet als ‘kan niet’, ‘mag niet’, ‘wil niet’ of ‘past niet’, dan houdt de energie op te stromen en volgtuiteindelijk de depressiviteit.

Daarom nog eens herhaald: het is nu geen crisis: we zijn bezig met een ethische herbezinning op onze maatschappij. En daarmee ook op onszellf. Daarin ontdekken we dat een aantal zaken ‘niet meer kunnen’ en dat we daarom andere zaken ‘niet meer mogen’ en ‘niet meer willen’ omdat we vinden dat ze ‘niet meer gepast zijn’. Blijft het daarbij dan is het slecht gesteld met de energievoorziening. Dan gaan met met elkaar 70 miljoen per dag sparen; omdat we met geknepen billen de toekomst zitten af te wachten. Maar als we denken over hoe we het wél willen, dan gaat de energie weer stromen. Dan gaan we vanzelf ook weer spenderen en geld is ook energie, dus dat versterkt elkaar. Ik denk dat minder zelfmoorden zullen zijn. Want dat gun je toch niemand: dat er in de geest nog maar één mogelijkheid lijkt te zijn: er zelf een einde aan te maken.

 

Hoe zie jij de toekomst?

Ervin Laszlo. Ik ben net begonnen aan een van zijn laatste boeken: WorldShift 2012. Laszlo is een autoriteit op dit gebied. Hij schreef er al zo’n 85 boeken over.
Halverwege de eerste bladzijde van zijn inleiding ben ik het echter al oneens met hem. Echt oneens, vanuit de logica van mijn gevoel, een innerlijk weten.

Ik stuit op de volgende zin:
Crisis schreeuwen om verandering. Geen cosmetische veranderingen, noodcorrecties of lapmiddelen. Ze nopen ons tot een fundamentele verandering van het systeem en tot een tijdige bewustzijnsomslag“.
Als ik deze passage geschreven zou hebben zou daar staan:
‘Verandering van bewustzijn, een bewustzijnsomslag leidt bijna altijd tot een crisis. Men beseft dat de oude paradigma’s en overtuigingen niet meer werken, maar de oude systemen laten zich niet in een keer veranderen. Het kost tijd om eenmaal ontwikkelde routines om te buigen of geheel te verlaten en door nieuwe te vervangen. Omdat eenmaal ontwikkeld bewustzijn nooit meer te negeren is en alleen maar kan groeien, is het zeker dat een bewustzijnsomslag zich vroeg of laat toont in veranderingen’.

Er is dus geen bewustzijnslag nodig om de crisis te weerstaan, de crisis is het gevolg van de bewustzijnsslag die we aan het maken zijn. Allerlei zaken die we 40, 25, 10 jaar of zlefs nog korter geleden nog normaal vonden, die accepteren we niet meer. Door groeiend bewustzijn.
Zo keken we nog niet zo heel lang geleden nogal op tegen verheven beroepen als artsen, advocaten, notarissen, professoren e.a. Dat doen we niet meer, mede doordat ons steeds duidelijker is dat ethisch handelen in de brede betekenis van het woord naar onze huidige inzichten soms ver te zoeken was. Hetzelfde geldt voor de financiele wereld: wat we 10 jaar geleden nog accepteerden is nu achterhaald.

De geest is uit de fles. Dat proces begon toen de stofwolken van de 2e wereldoorlog neergedaald waren en we met enige afstand naar dat gebeuren konden kijken. Vandaag de dag leidt dat tot vragen over ethiek en valt om de haverklap het met ethiek verbonden woord verantwoordelijkheid.
Het is dus niet de crisis die nieuw bewustzijn creeert, maar nieuw bewustzijn creeert de crisis. Wat de verandering tegenhoudt is dan ook niet het zogenaaamd ontbrekend bewustzijn. Verandering wordt belemmerd door het denken vanuit en vasthouden aan het verdedigen van bestaande belangen.

Op driekwart van de inleiding kom ik weer op het spoor van Laszlo: “Het is onze kans om bewust te veranderen, en wel op tijd“. En aan het eind van de inleiding schrijft hij: “En wat wij doen is afhankelijk van onze waarden, ons ethisch besef en ons bewustzijn“.
Pffff.

Heb jij vandaag ook geen tijd?

Gefeliciteerd! Ik heb ook geen tijd vandaag. Heerlijk.

Vreemd om iemand te feliciteren die geen tijd heeft? Nprmaal gesproken missschien wel, maar vandaag niet. Vandaag is het 25 juli. En voor de Maya’s is dat de ‘dag buiten de tijd’. Op 25 juli bestaat de tijd even niet voor de Maya’s. Even zijn zij van het juk van de tijd bevrijd en vieren daarom feest op die dag. Elk jaar op 25 juli; niet alleen in dit Maya jaar 2012.

De Maya’s zijn bekend door de vele kalenders die zij ontwikkelden en naast elkaar gebruikten. De kalender met ‘de dag buiten de tijd’ wordt meestal aangeduid als ‘de dertien manen kalender’.  Die kalender kent dertien maanden van 28 dagen.
13 x 28 = 364. Dat is dus een heel mooie ritmische kalender die ook veel meer gelijk oploopt met de omwentelingen van de maan om de aarde. Die duurt iets minder dan 28 dagen. En voor liefhebbers van het getal 13, zoals ik, zijn de dertien maanden een mooie stimulans voor altijd weer nieuwe mogelijkheden. In ieder geval is deze Maya kalender veel meer met de natuur en ons universum verbonden dan onze gebruikelijke Gregoriaanse kalender.

Deze Gregoriaanse kalender heeft weliswaar een oorsprong van voor het jaar nul, maar is vooral bedacht en aangepast door bijvoorbeeld keizers als Julius Ceasar en ook door pausen. Paus Gregorius XIII was in 1582 de laatste die tot aanpassingen besloot. Allemaal bedenksels, weinig verbinding met het universum. Dat deden de Maya’s beter, maar hun ‘dertien manen kalender’ komt wel één dagje tekort. En zo ontstond de dag buiten de tijd. “Mijn lievelingsdag”, zou beertje Poeh zeggen. Maar dat zegt-ie elke dag.

Toen ik een jaar of tien geleden voor het eerst over ‘de dag buiten de tijd’ las, heb ik het idee gelijk omarmd. Als er geen tijd is kan je hem ook niet besteden. Dus alles wat je doet is pure winst. En omdat ‘vieren wat gevierd kan worden’ al veel langer een van mijn motto’s is, is elke 25e juli voor mij een feestdag.

Was het vandaag ook een feestdag voor jou?

 

 

Hoeveel stuur jij zelf?

Het verschil te kennen tussen ‘interne sturing’ en ‘externe sturing’: ik denk dat het ’t allerbelangrijkste is wat ik in mijn leven leerde. Na de taal dan, want zonder taal geen denken… Het verschil kennen tussen ‘externe sturing’ en ‘interne sturing’ bij zowat alles wat je dagelijks tegenkomt: in mijn opinie is het het verschil tussen ‘leven’ en ‘geleefd worden’. Eigenlijk is het de keuze tussen ‘leven’ en ‘dood’.

Een korte uitleg: interne sturing is alles wat je denkt en doet en wat voort komt uit je eigen bron, uit je ‘zelf’.  Het is alles wat écht bij je hoort, wat gerelateerd is aan je talenten, aan je passie(s), aan wat voor jou belangrijk en vooral van grote waarde is. Voor het gemak: verbind het maar aan het werkwoord ‘willen’.
Externe sturing is: alles wat van buiten jou komt als impuls of opdracht. Verbind maar met het werkwoord ‘moeten’.

Onze huidige samenleving is beresterk geworden in jou heel veel te ‘laten willen’. En daar zit nu net de valkuil! Wie het verschil niet kent tussen het ‘zelf willen’ van de interne sturing en dit ‘laten willen’ als slimme vorm van ‘moeten’ staat er niet best voor. De huidige maatschapppij nodigt op slimme wijze ons uit héél veel te willen. Het wordt anders gepresenteerd, maar in de boodschappen zit bijvoorbeeld verpakt:
– je ‘moet’ dit boek lezen’ (anders kan je niet meepraten)
– je ‘moet’ deze musical zien’ – (anders hoor je er eigenlijk niet bij)
– je ‘moet’ dit wasmiddel gebruiken (anders moet je straks een nieuwe wasmachine kopen)
– je ‘moet’ toch carriere maken (anders red je het straks niet)
– je ‘moet’ naar China op vakantie (anders ben je wel érg burgerlijk)
– je ‘moet’ bewegen (anders krijg je straks obesitas)
– je ‘moet’ toch een blog beginnen (anders ben je niet van deze tijd)

De lijst van prikkels is eindeloos. Wie het verschil niet kent tussen interne en externe struring denkt al snel dat hij dat boek leest ‘omdat hij dat wil’, terwijl er mogelijk een stemmetje diep in hem verborgen zegt: ‘ik doe het want dan anders kan ik er niet over meepraten’. Of dat je stoer doet op je werk, omdat dat stemmetje van binnen zegt: ‘anders denken ze dat ik geen goede leidinggevende ben’. Of dat je een blog begint, terwijl dat zelfde verstopte stemmetje zegt: ‘ik doe het want anders ben ik niet van deze tijd. En ik ben al pensionado’.
Zo wordt ongemerkt van ‘moeten’ een ‘willen’ gemaakt. Een keer dit doen: geen probleem, maar we krijgen dagelijks tientallen prikkels en steeds moeten we kiezen er wel of niet op in te gaan.

En waarom het nu belangrijk is te weten of je kiest van ‘interne sturing’ of je laat leiden door ‘externe sturing’?: Handelen vanuit interne sturing geeft je energie. Handelen vanuit externe sturing kost je energie. Zo eenvoudig is dat.

Heb jij een idee waar al die burn outs vandaan komen?
– wordt vervolgd-