Schoolvakanties


of
Waarom sluiten scholen 12 weken per jaar hun deuren?

Waarom scholen 12 weken per jaar hun deuren sluiten? Geen idee! Nou ja, vroeger was er een ‘grote vakantie’ waardoor boerenkinderen konden helpen de oogst van het land te halen.
Ik ken geen andere branche die het durft haar klanten 12 weken lang de deur te wijzen. Integendeel, we zijn al decennia lang op weg naar een 24/7 economie en dat werkt niet alleen online met webshops. Overal zie je bewegingen om het de klanten makkelijker te maken; ruimere openingstijden, betere bereikbaarheid en klantvriendelijker processen.

Maar zo niet in het onderwijs. Dat zegt een paar keer per jaar eenzijdig: we zijn er even niet; zoekt het maar uit. Met als gevolg dat we met te veel mensen in februari naar de wintersport moeten, met lange files op heen- en terugweg, met lange rijen op de pistes en dat tegen het (drie)dubbele van de prijs voor of na die week. Hetzelfde patroon in de meivakantie en in optima forma ook nog eens in de zomervakantie. Met zwarte zaterdagen als gevolg…

Schoolvakanties zorgen voor overvolle vakantiebestemmingen. Vakantiebestemmingen die buiten de vakantieperiodes de grootste moeite hebben hun minimale bezetting te halen. Dat doen ze dan door ons te lokken met kortingen, die in die paar overvolle vakantieweken weer terugverdiend moeten worden. Vandaar die hoge prijzen. Door het grote aanbod van mensen die aan de schoolvakanties gebonden zijn wordt ruimte gecreëerd voor ondernemers met een beperkt waardenbesef, die hun prijzen baseren op ‘wat de gek er voor over heeft’.

En ja, er is toch nog een branche net als het onderwijs: ook de bouw zorgt voor de bovenmatige drukte in de zomervakantie. Heeft z’n tijd ondertussen ook overleefd.
De huidige vakantiespreiding is een doekje voor het bloeden.

Reden genoeg dus om ‘de schoolvakantie’ eens onder de loep te nemen. De enige reden die ik kan bedenken waarom er schoolvakanties zijn is dat de leerlingen toe zijn aan rust. Of de leerkrachten. En natuurlijk hebben beide groepen op z’n tijd hun rust nodig. Maar allemaal tegelijk? We zijn er de afgelopen decennia toch wel achter gekomen dat ieder mens verschillend is, dus hoezo allemaal gelijk op vakantie?

Ik ben bang dat het te maken heeft met ‘beheersbaarheid’. ‘We zijn gebleven bij hoofdstuk 7, na de vakantie gaan we met zijn allen weer verder met hoofdstuk 8’. Zoiets… Lekker overzichtelijk. Maar het onderwijs is echt al veel verder in haar ontwikkeling. Langs de weg van differentiatie gebeurt er veel in het creëren van ruimte voor individuele ontwikkeling, met op hert individu-gerichte leerwegen. Alleen gedurende de schoolvakanties even niet. Dat betreft wel een kwart van het hele jaar.

De coronacrisis heeft nu al als een van haar positieve bijwerkingen tot gevolg dat het onderwijs een enorme ontwikkelingsslag heeft gemaakt richting afstandsonderwijs. Zullen we nu gelijk doorpakken en scholen 52 weken per jaar openhouden?! Alle leerlingen krijgen een vakantiebudget van 60 dagen, alle leerkrachten van 30 dagen. Opneembaar zoals gebruikelijk bij organisaties die met vakantiedagen werken. Ik kan me geen reden bedenken waarom juist het onderwijs dit niet zou kunnen.

Wat let ons?

Piet Boot
mei 2020

Grimpen

Het is nu echt tijd te gaan grimpen. Grimpen? Grimpen is groeien en krimpen tegelijkertijd. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet.

De noodzaak om te krimpen kennen we al uit de zestiger jaren van de vorige eeuw toen het rapport van De Club van Rome uitkwam: ‘Grenzen aan de groei’. Sedert dat rapport worden we er met grote regelmaat op gewezen dat we met elkaar meer verbruiken dan de aarde kan leveren. Dat het allemaal een tandje minder moet wordt door velen ondertussen onderschreven. Bij dat overmatig gebruik produceren we te veel CO2. En dat is niet in het belang van de juiste balans tussen mens en natuur. Minderen dus! Krimpen, om de natuur weer te laten groeien. En daarvoor is een groei van ons bewustzijn nodig.

Wat ook moet krimpen is de groeiende kloof tussen arm en rijk. Talloze publicaties tonen aan dat de rijken steeds rijker worden, de armen steeds armer. Deze sociale en economische onbalans gaat zich uiteindelijk wreken. Maar ook zonder dat uitzicht vraagt de ethiek voor alle mensen op deze aarde om gelijkwaardigere kansen op een menswaardig bestaan. Vanuit mijn optiek begint dat bij leefomstandigheden waarbij de ontplooiing van het individu niet gehinderd wordt door een fundamenteel en structureel gebrek. Gebrek aan hygiëne, gebrek aan voedsel, gebrek aan huisvesting, gebrek aan onderwijs, gebrek aan werk, gebrek aan liefde, in de betekenis van gebrek aan zorg en aandacht. Omdat rijkdom sterk gerelateerd is aan macht en macht niet de neiging heeft uit zichzelf te krimpen is aan de onderkant van de samenleving dus groei nodig. Betere leef- en werkomstandigheden en vooral meer kennis. Meer en beter onderwijs is een belangrijke sleutel om andere gebreken te helpen verminderen.

De groei aan de onderkant van de samenleving toont zich als kracht. Door het ontwikkelen van kracht aan de onderkant van de samenleving worden de huidige machthebbers langzaamaan geneutraliseerd. Natuurlijk is van die zijde de nodige weerstand te verwachten. Maar positivisten, waartoe ik mijzelf reken, zien ook in de groep van extreem rijken voorzichtige bewustzijnsontwikkeling. Het inzicht groeit dat de huidige sociaaleconomische verhoudingen niet toekomstbestendig zijn. Zoals ook het inzicht groeit dat er ‘gewoon’ belasting moet worden betaald.

Twee tegengestelde bewegingen dus.
Enerzijds: krimpen. Krimpen, dat vooral kwantitatief krimpen betekent. Dat verder gaat dan duurzaam produceren; het is echt consuminderen. Daar is bewustzijnsontwikkeling voor nodig. En dat is een vorm van groeien. Groeien om te kunnen krimpen.

Anderzijds: groeien. Groeien, wat eerst juist kwalitatief van karakter is (bewustwording), maar vervolgens een kwantitatieve betekenis krijgt. Om de eerdergenoemde gebreken van de sociaaleconomische onderklasse op te heffen is groei nodig. Een forse groei, alleen al door het grote aantal mensen met één of meer van de genoemde gebreken. We praten niet over miljoenen, maar over een paar miljard medeburgers van deze aarde.
De ruimte voor die noodzakelijke kwantitatieve groei moet in de bovenliggende lagen van de samenleving gecreëerd worden. Deze achterstallige groei mag het herstel van de huidige onbalans tussen mens en natuur niet vertragen. Dus: krimpen om te kunnen groeien.

Pittige opgave, dat grimpen.

Piet Boot
augustus 2020

Snelrecht

We hebben net het debat over de Toeslag-affaire gehad. Eén van de belangrijkste conclusies: we hebben ons collectief teveel gefocust op fraudebestrijding als gevolg van de zo genoemde Bulgarenfraude. En in die focus op fraude zijn we de menselijke maat geheel uit het oog verloren. Barbertje moest hangen…
Wie denkt dat die oogkleppen-fraude-aanpak alleen ambtenaren, management, bestuurders en politici betreft nodig ik uit te luisteren naar de column van Pieter Derks (Nieuws-BV, radio 1, 20 januari j.l.)

https://www.nporadio1.nl/de-nieuws-bv/onderwerpen/71034-2021-01-20-druktemaker-pieter-derks-we-hebben-als-kiezers-gefaald

Afgelopen dagen was iedereen vol van de avondklokrellen. Rellen die heel weinig met de avondklok, maar des te meer met puur vandalisme te maken hebben. Dus hebben we vandaag snelrecht en hoor ik veel roepen om harde straffen. TeleTekst meldt:

“Snelrechters in Den Haag, Breda en Middelburg hebben cel- en taakstraffen opgelegd aan mensen die betrokken waren bij de avondklokrellen. Het gaat vooral om geweldpleging en opruiing.         

Zo kreeg een 19-jarige man uit Den Haag twee maanden cel voor het gooien van een steen naar een politiebus. In Breda kreeg een man uit Bavel vier maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk, voor opruiing. Hij had een oproep gedaan om in Breda de avondklok te negeren.     

De snelrechter in Middelburg heeft vier mannen uit Goes veroordeeld tot cel- en werkstraffen voor het verspreiden van opruiende berichten”.

Ik maak bezwaar tegen de celstraffen. De consequenties daarvan voor het verdere leven zijn vooralsnog te groot. Het niet krijgen van een VOG, baanverlies en/of gereduceerde opleidingskansen zijn vaak het directe gevolg van het hebben van een strafblad. Liever zie ik daarom de taakstraffen verhoogd, maar nog liever zie ik dat er ook tijd gestoken wordt in aandacht en in luisteren. Van ‘hard’ met ‘hard’ vergelden kwam zelden iets goeds.
De de-escalerende aanpak van de politie werkte gisteravond: in een zo vroeg mogelijk stadium in contact komen met betrokkenen en aanspreken.
Celstraffen als ‘afschrikwekkend voorbeeld’ zijn niet alleen contraproductief, maar ook onrechtvaardig in gevallen waar slechts een enkeling wordt gestraft terwijl er tientallen andere daders van gelijksoortige opruiende berichten zijn. Afschrikwekkende voorbeelden zijn voor kwaadwillenden zelden een ‘leermoment’. Het ongewenst gedrag wordt waarschijnlijk wel voor een poosje onderdrukt, maar of er ‘geleerd’ wordt is maar zeer de vraag.
Ik hoopte dat de Toeslagen-affaire hernieuwd inzicht had opgeleverd. Dat het besef was gegroeid dat de drang van ‘Barbertje moet hangen’ niet overeenkomt met de brede behoefte aan de terugkeer van de menselijke maat.
Maar dat besef moet blijkbaar nog groeien.
Misschien na de volgende affaire.

Piet Boot
27-01-2021

Waarop proost jij?

“Proost; op je gezondheid”. Zo klonk het dit weekend weer in mijn tuin. En, zo werd er aan toegevoegd: “Gezondheid is toch het belangrijkste wat er is”. Mag ik daar ander over denken? Zeker weten dat gezondheid super belangrijk is, maar het belangrijkste wat er is…? Ik heb twee redenen om daar anders tegenaan te kijken.

Ten eerste omdat ik er van overtuigd ben dat het ervaren van geluk van een hogere orde is dan het hebben van een goede gezondheid. Veel bewondering voel ik als ik in contact ben met mensen met ernstige, soms ongeneeslijke ziekten, die ondanks hun problemen en slechte perspectieven toch toch een hartverwarmend levensgeluk uitstralen. Daarbij bagatelliseren zij hun gezondheidsproblemen niet, maar ze maken deze ondergeschikt aan hun levensgeluk.
Ik ken er ook die hun geluk toch een in meer of mindere van hun gezondheid laten afhangen. In ontmoetingen is gezondheid dan meestal ook het eerste gespreksonderwerp.

Mijn tweede argument om geluk boven gezondheid te zetten is mijn permanent gevoelde persoonlijke verzet tegen de interpretatie van het begrip gezondheid, zoals wij dat breed maatschappelijk hanteren. Gezondheid gaat daarbij over de gezondheid van het lichaam. Artikelen over gezondheid gaan dan ook dominant over meer bewegen en gezonder eten. Gezondheidsadvertenties sluiten daar mooi bij aan en laten ons geloven dat hoe mooier je bent, hoe beter je je voelt.

Ik doe aan het gelijk van deze zienswijzen niets af, maar voeg er nog wat aan toe. Gezondheid gaat bij mij ook over de geestelijke- sociale- en spirituele gezondheid. Dat samen is een ongedeelde eenheid.
En net zoals we bij de lichamelijke gezondheid denken aan voeding en beweging, zo zouden we, volgens mij, ook moeten denken aan voeding en beweging bij de geestelijke gezondheid, de sociale gezondheid en de spirituele gezondheid. Dan krijg je dus vragen als: ‘wat is mijn sociale beweging?’ Maak je nog nieuwe vrienden?; kom je wel eens in sociale kringen die je minder of niet gewend bent?. Of: ‘wat is jouw geestelijke beweging?’. Velen zullen zich even achter de oren krabben bij het horen van deze vraag, ongebruikelijk als hij is. Maar ik moet er altijd aan denken als ik iemand bij het verlaten van het stemhokje hoor zeggen: “ik stem altijd …… , dat deden mijn ouders ook altijd”.  Bij mensen met een sterk geloof stel ik mij die vraag ook wel eens: zit daar nog geestelijke beweging in, te beginnen met twijfel? En wat was jouw geestelijke voeding: had dat de diepgang van de reality-soap van  ‘Andy en Melissa’ of ben je aan het denken gezet door een goed boek? Dit soort vragen en gesprekken zijn we minder gewend. Ons gezondheidsbegrip is erg beperkt. In een ander blog zal ik dit nog wel eens uitwerken. Maar ik denk dat het niet slim is zo’n onvolkomen begrepen begrip bovenaan je wensenlijstje te zetten bij het proosten.

Wat mij betreft dus: ‘proost; op je geluk’. In de wetenschap dat het eigenlijk is ‘proost, op ons vermogen geluk te beleven’. Maar dat is zo’n mondvol en verdient ook nog wel wat toelichting. Ook voor een volgend blog…

Waarop ga jij proosten?