Leef jij ook in het nu?

Ja, leef jij in het nu? Best wel jammer; je mist dan namelijk nogal wat. Het echte begrip is volgens mij namelijk niet in het ‘nu’ leven, maar in het ‘hier en nu’.
Ter illustratie: ga deze zomer eens op een terrasje zitten en kijk om je heen. Grote kans dat er een tafeltje is met 3  of 4 personen die bijna allemaal verdiept zijn in hun mobiele telefoon. Ze zijn zelf aan het Twitteren (“ïk zit nu op het terras van het Schoothondje. #pippeloentje) of screenen hun Facebook in de angst te missen waar vrienden en vriendinnen uithangen en of het daar misschien nog leuker is. Meestal zit er in zo’n gezelschap 1 iemand een beetje voor zich uit te staren. En soms kan je het van zijn of haar gezicht aflezen: ‘we gingen hier toch met z’n allen naar toe om het gezellig te hebben?’

De vrienden zijn er wel, maar ze ‘zijn’ er even niet. Ze zijn ‘in het nu’: ze communiceren met de hele wereld in de waan te denken dat ze daarmee volgen wat er ‘nu’ gebeurt. Dat is natuurlijk niet zo: ze volgen maar zo’n oneindig klein stukje van het nu, dat het echt verwaarloosbaar is. Maar wat ze tegelijkertijd verwaarlozen is het ‘hier’. Ze zijn in het ‘nu’ en niet in het ‘hier en nu’. Dan zouden ze namelijk beseffen dat ze op dit briljante moment met een paar goede vrienden hier op dit mooie terras genieten van een heerlijke, vers getapte pils, van de mooie omgeving, het goede gesprek, de humor die soms voorbijloopt, het feit dat je hier zomaar even mag zijn, enz. Maar ze zijn niet ‘in het hier’, dus  het ontgaat ze allemaal. Als ze thuis in hun eentje op de bank hadden gezeten hadden ze bijna dezelfde ervaring gehad als die ze nu hebben. Het ‘nu’ was er dan ook en dat is overal hetzelfde. Het ‘hier’ maakt het ‘nu’ uniek en belevenswaardig. Het ‘hier’ is jouw directe contact met je sociale omgeving waarin zoveel meer communicatie stroomt dan in een Twitterberichtje tot uitdrukking kan komen.

Jazeker: Twitteren is leuk en soms ook handig; Facebook ook. En soms niet alleen handig: het kan ook erg nuttig zijn. Vooral als je een vraag hebt. Dan blijkt het antwoord of de oplossing vaak nabij. De meeste Twitters en Facebook berichten die ik tegenkom vragen niets, maar ‘zenden’ iets. Iets wat zij op dat moment (het ‘nu’) belangrijk vinden of iets in de trant van “Kijk mij hier nu zitten”. Maar ze vergeten dat ze ‘hier’ even niet zijn; ze zijn even in het ‘nu’.

Eckhart Tolle (‘De kracht van het nu’) gaf de goede richting aan, maar zette ons ook op het verkeerde been. Douglas Rushkoff (‘Present Shock’) zette mijweer met beide benen op de grond. Behalve als ik op een terrasje zit. Als niemand het ziet leg ik het liefst de benen even op de stoel voor mij om dan in alle rust mijn omgeving helemaal in mij op te nemen. Ik zit ‘daar’ namelijk niet voor niets…

Wat doe jij als je op een terrasje zit?

Hoeveel macht wil jij?

‘Macht is het vermogen beslissingen te nemen, ook als de achterliggende redenen ongeldig zijn’. Dat is macht voor mij. . Macht hebben betekent bijvoorbeeld cijfers zo laten bijstellen dat ze een andere werkelijkheid weergeven. Of kennis / feiten onder de deksel houden of bewijsmateriaal verdoezelen die nadelig voor jou kunnen zijn. Macht betekent ook: zonder overleg lopende contracten open breken en je leveranciers minder gaan betalen. Macht hebben betekent dat je toch iemand aanneemt, terwijl heel je managementteam je adviseert dat niet te doen. En macht kan ook betekenen: kinderen geestelijk en/of lichamelijk mishandelen. Of hele volkeren. Macht is alom aanwezig en brengt niets goeds. Never nooit niet. Macht wordt uitgeoefend door ego-georienteerde zogenaamde leiders en gaat altijd over eigenbelang.

Ik schreef eerder drie blogs over drie woorden die we naar mijn idee uit onze mindset en dus ook uit ons vocabulaire moeten schrappen: hoop (19-06), debat (20-06) en belangen (22-06). Ik voeg ‘macht’ daar nu aan toe.

We hebben net weer het hele politieke circus van de verkiezingen achter de rug: de strijd om de macht in Nederland. Althans: zo wordt dat altijd gepresenteerd. Dat is onze mindset. ‘Als je de politieke macht hebt, krijg je dingen voor elkaar’. Dus gaan we bezig om met populistische en holle kreten zoveel mogelijk stemmen te vergaren om dan vervolgens zoveel mogelijk zetels te halen. Frappant is daarbij dat we het ook steeds hebben over het politieke ‘debat’ (laten we vooral de tegenstellingen vergroten, met het ook op ‘meer macht’) en dat we als politieke partij vooral opkomen voor de belangen van specifieke groepen in de samenleving. Oude paradigma’s verbonden aan het net zo oude paradigma dat je als regeringspartij dan de macht hebt jouw idealen door te zetten. Of door te drukken.

Ik vind het mooi als onze nieuwe politieke leiders zich aan de oude paradigma’s gaan onttrekken. Dat zij niet meer het debat zoeken, maar de dialoog. En dat zij niet meer het belang van de eigen kiezers/doelgroepen gaan bewaken, maar ‘ons aller belang’. En ‘ons aller belang’ houdt niet op aan onze landsgrenzen, zelfs niet aan die van Europa.

Om dat te doen is iets anders nodig dan macht: kracht. Werken vanuit kracht is werken vanuit wijsheid en overzicht. Werken vanuit kracht betekent alle belangen overziend vanuit het perspectief van het algemeen belang.  Kracht werkt verbindend en is transparant. Macht heeft niets van dat. Krachtige leiders kunnen, net als machtige leiders, beslissingen nemen die niet overeenkomstig zijn met de mening van de meerderheid van de degenen die het besluit betreft. Maar een krachtige leider geeft uitleg op basis van een inspirerende visie, neemt mensen mee naar een nieuw perspectief en geeft houvast aan degenen die nog niet meekunnen met dat nieuwe denken. Een krachtig leider raakt nooit uit zicht van zijn volgers. Of van haar volgers. Want laten we eerlijk zijn: het machtsdenken is toch wel heel erg een representant van mannelijk gedrag, ‘het mannelijke’. Kracht is verbonden aan het vrouwelijke,

Zelfs met haar vier zetels kan Jolanda Sap ook zonder macht zo nog veel betekenen en bereiken.

 

 

 

 

 

Ellen

Vandaag, 7 september 2012 is het precies twee jaar geleden dat Ellen Schenkelaars plotsklaps uit ons leven verdween. Haar volstrekt onverwachte overlijden was niet alleen voor haar gezin en familie een grote schok. Het heeft lang geduurd voordat ik zelf met beheerste emotie kon praten over het verlies van mijn Katarsiaanse zielemaatje.

Vandaag wil ik mijn blog aan haar wijden. Niet met veel tekst, want woorden blijven tekort schieten. Wel met een foto, genomen op de mooiste dag uit mijn Triam geschiedenis: het 15 jarig jubileum Kennisfestival in de Efteling op 1 oktober 1998.
Het is begin van de middag als Ellen als toverkol een inleiding houdt op het middagprogramma. Dit is Ellen. Beter kan ik haar niet beschrijven.

Wat ik aan het slot van mijn toespraak op haar crematie niet meer kon zeggen:

Lieve Ellen, dromenvanger
Waar je nu ook bent; als ik weer eens droom, vang jij ‘m dan op, geef ‘m kleurtjes
met je penselen en je kwasten, maak ‘m mooi en stop er dan een snufje inspiratie in.
En laat ‘m dan weer naar beneden zweven. Dan weet ik dat het goed met je gaat.

Ik heb ondertussen begrepen dat het inderdaad goed met haar gaat.

 

 

Ben je daar voor opgeleid?

Francis Bacon. Kunstschilder. Afgelopen zondag zag ik werk van hem in Zomergasten. Keuze van van DIs. Ik herkende wel een paar van Bacon’s werken en ik meen zijn naam ook wel eens tegengekomen te zijn, maar echt in mijn systeem zat hij niet. Nu wel. Niet zozeer door zijn kunst zelf, maar door een uitspraak die ik hem hoorde doen in een videofragment. Die uitspraak maakte indruk. Ik schilder namelijk zelf ook. Nou ja, ik maak schilderijen, maar ben al een jaar niet in mijn atelier geweest. Ja, ik heb ook een eigen atelier. Klein, vier bij vijf, schat ik, maar toch. De header van dit blog is een deel van het laatste afgeronde schilderij, bijvoorbeeld. Ik kijk er zelf graag naar. Ooit voeg ik nog wel een rijtje foto’s van mijn producten toe aan dit weblog.

Als men aan mij vraagt “wat stelt het voor?”, of “wat schilder jij dan zoal?”, is mijn standaard antwoord: “het stelt niets voor, letterlijk en figuurlijk”. En zo zie ik dat ook. Letterlijk: ik schilder niets na. Daar is fotografie voor. Ik weet dat ik nog geen kopje op het doek na zou kunnen schilderen. Boeit me ook niet; ik vind het wel kunstig als anderen dat wel heel mooi kunnen. Maar pas al er iets mee gebeurt, dan gaat het mij raken. Mijn eigen criterium is: hoe is dat zo op het doek gekomen? Als je het zou willen, dan krijg je het niet voor elkaar. Zoiets. Maar het moet niet ergens op lijken.

Maar figuurlijk haal ik met ‘het stelt niets voor’ mijzelf als kunstenaar niet echt omhoog. Ik besef dat.  Dat heeft een oorzaak: ik heb geen enkele schildersopleiding gehad of andere kunstzinnige opleiding. In vertrouwde kringen vertrouw ik mijn gesprekspartner wel toe dat ik ook geen opleiding wil. Ik wil geen technieken leren. Ik wil alles zelf ontdekken, om zo te ontdekken welke stijl ik heb, hoe ik werk, hoe ik problemen tackel als ik even niet verder kom in een schilderij. En zo. Dat gaat dus verder dan schilderen alleen.  Op die opvatting krijg ik meestal geen respons (men zwijgt beleefd) of tegengas. Dat het toch wel heel goed is om een opleiding te volgen, dat je er veel van leert, etc. En toen kwam die zomeravond met Francis Bacon, erkend en gewaardeerd kunstschilder. Ik hoorde hem zeggen.’Nee, ik heb geen schilderopleiding gehad; ik moet er niet aan denken. Ik wil  geen technieken leren, ik wil alles zelf ontdekken’. Of woorden van gelijke strekking. Het was of ik mij zelf hoorde praten, maar nu zei een kunstenaar van aanzien dat. Wat een katarsis!.

Maar als het goed is om niet opgeleid te worden, wat betekent dat dan voor ons onderwijs? Zijn er nog meer ‘vakken’ waarin je maar beter niet opgeleid kan worden? Opgeleid worden of zelf leren? Ik denk dat ik het verschil wel weet en ook waar ik voor kies. Jij ook?

 

Vond jij hem ook een top-manager?

Je kunt de vraag tweeledig opvatten. Afgelopen zondag was Ben Verwaayen te gast bij VPRO-zomergasten: is hij nu een topmanager of een top manager? Oftewel: geeft hij leiding aan een groot bedrijf/concern of is hij een heel goede manager? Of beide? Of beide niet? Wat een mogelijkheden. Eén ding is zeker: Verwaayen geeft al jaren leiding aan grote concerns. Dus een topmanager is hij zeker. Maar is hij ook ‘top’?
Ik volgde af en toe het programma op het zogenoemde ‘tweede scherm’ en las veel tweeds van kijkers die hem enthousiast en inspirerend vonden. Wat mij betreft: ook zijn enthousiasme was on-ontkenbaar. Maar inspirerend?

Ik hoorde Ben Verwaayen een paar interessante uitspraken doen.
‘Ik ben een mensenmens en dat is een zwakte; je kunt beter een cijfermens zijn’
Interessant doorkijkje naar zijn opvatting over bedrijfsvoering. Persoonlijk denk ik juist het omgekeerde: Anglo-Amerikaans versus Rijnlands denken, vermoed ik.

Dat vermoeden werd versterkt door de volgende quote: ‘Politici hebben het veel moeilijker dan ik, die hebben multi stakeholders. In een bedrijf heb je er maar één: als je baas maar tevreden is.’ Ik vind dat nogal wat. Waar blijven de andere stakeholders in en rondom het bedrijf? Is het echt zo dat alleen het belang van je baas telt, ongeacht wat? Heb je nog collega’s, klanten, maatschappelijke omgeving, milieu? En wat dacht je van je eigen waarden? ‘Als je baas maar tevreden is”. Hm.

Over waarden gesproken. China kwam ter sprake. En het gegeven dat zij goedkoop kunnen produceren dankzij een gebrek aan regels, mensenrechten, vakbonden. De stelling van Verwaayen was: ‘wij kunnen niet al onze verworvenheden behouden in deze economische strijd tussen China en het Westen. En als je dat wel wilt, moet je niet zeuren dat het hier niet goed gaat.’ Daar kan ik me voor een belangrijk deel in vinden, maar ik vond het wél opvallend dat er daarbij geen enkel onderscheid door hem werd gemaakt tussen materiële en immateriële verworvenheden. Die materiële zaken: dat mag van mij een tandje minder. Twee tandjes ook. Maar de verworvenheid van immateriële waarden zoals betamelijke arbeidsomstandigheden voor alle werknemers, dát willen we toch niet terugdraaien?! Voor Anglo-Amerikaans denkenden: immateriële zaken en waarden kosten niets, alleen aandacht en moeite.
En zelfkennis.

Op het slot kwam de vraag naar zijn sterkste punt. Ik hoorde Verwaayen daarover al eerder iets zeggen. Hij zei ‘ik zie heel snel de essentie van iets. Héél snel’. Die zin vibreerde al een tijdje in mijn achterhoofd. Aan het eind van zomergasten, nogmaals geconfronteerd met de vraag zei hij: ‘ik wil verbeteren’. Toen vielen bij mij de puzzelstukjes in elkaar: ik vermoed dus toch een gebrek aan zelfkennis.
Ik hoorde niets over de essentie van dit tijdgewricht en over de essentie van de grote veranderingen die zich wereldwijd aan het voltrekken zijn. Misschien toch iets té snel gekeken, meneer Verwaayen? Ik heb bijvoorbeeld niets gehoord (ook niet tussen de regels door en ook niet in al zijn bevlogenheid over van alles) over het nieuw bewustzijn over ethiek (dé ‘oorzaak’ van deze zgn. crisis), ook niet over ethiek in het zakendoen.
Ik hoorde ook niets over veranderende inzichten over leiderschap, niets over de veranderende inzichten over ‘eigen verantwoordelijkheid’ (lees: de zelfsturende mens, de zelf-verantwoordelijke medewerker). Geen hint hoorde ik, of zat ik op die momenten net even in te dutten?

Verwaayen zei: ‘ik wil verbeteren’ en hij zei duidelijk niet: ‘ik wil vernieuwen’. Verbeteren is handhaven van het oude en dat steeds beter doen. Dat wordt al gauw denken in efficiency. Maar het blijven oude patronen. Vernieuwers bedenken nieuwe patronen, nieuwe modellen van samenwerken, van organiseren. Met fundamenteel andere arbeidsverhoudingen, transparantere verantwoordelijkheden en niet alleen op cijfers, bijvoorbeeld. Management-tijdschriften staan er vol van; boekenkasten met inspirerende literatuur daarover en gelukkig zijn er ook steeds meer inspirerende leidinggevenden. Al mag dat aantal van mij nog wel groeien. Maar Ben Verwaayen hoorde ik er niet over. Enthousiast vond ik hem dus wel, maar inspirerend: nee!
En dat vind ik heel jammer van zo’n topmanager. Want dat is hij.

 

 

 

Wel eens aan zelfmoord gedacht?

Hoor net in het nieuws dat in een crisis meer mensen zelfmoord plegen dan gebruikelijk. Klinkt logisch. Want wanneer ervaar je iets als een crisis: in de kern als je geen mogelijkheden meer ziet. Bijvoorbeeld omdat ze er feitelijk ook niet meer zijn. Er overlijdt iemand in je naaste omgeving. Dat is er niet meer de mogelijkheid met die persoon iets te delen, er mee te praten, samen iets te ondernemen. Dan is het even crisis tot je weer mogelijkheden gaat zien. Dat er nog andere lieve mensen in je omgeving zijn waarmee je ook kunt delen; dat je de ander nog steeds kunt herinneren en dat dat mooie gedachten zijn die je weer blij kunnen maken; dat er zich nieuwe onverwachte zaken aan je voordoen die nieuwe perspectieven geven. Dan verdwijnt de crisis en stroomt er weer nieuwe energie. Want energie krijg je als je mogelijkheden ziet.

En onze geest is zo prachtig: alle mogelijkheden kunnen gedacht worden. Geniet daarvan totdat je ratio ze weer afschiet. Tijdens de recente Olympische Spelen zag ik mijzelf met de polsstok over de 6 meter spingen, ik zag mij nog voor Kromo aantippen op de 100 vrij en ik zag mij als coach omhelsd dooralle gouden hockeyvrouwen. Ik kon het allemaal denken en ik werd er blij van. Dat het allemaal geen realiteit is deert me niet. Ik kon het denken en het gaf mij energie.

Daarom is het ook zo belangrijk dat we niet in crisis denken. Want in crisis denken is denken in onmogelijkheden. Of, en dat lijkt mij nog veel erger, denken dat iets misschien later onmogelijk gaat worden. “Misschien verlies ik straks mijn baan’. ‘Misschien kan ik  straks niet meer drie keer in de week naar de sportschool’, ‘misschien raak ik mijn huis niet op tijd kwijt’. Het zijn stuk voor stuk allemaal gerechtvaardigde twijfels. Maar laat ze wel volgen door: denken in mogelijkheden.

Als je je baan verliest geeft je dat nieuwe kansen. BIjvoorbeeld op een werkkring zonder die drammerige leidinggevende, of het is dé gelegenheid nu voor jezelf te beginnen, of het is de kans om een nieuw vak te leren (wat je eignlijk vroeger altijd al wilde, maar van je ouders niet mocht).
Als je niet meer drie keer naar jouw sportschool kunt, kan je misschien nog wel twee keer, of zle f een groepje vrienden verzamelen en met ze gaan lopen, of thuis wat vaker aan de trap gaan hagen en oefeningen doen.
Als je je huis niet op tijd kwijtraakt, kan je proberen het te verhuren en je kunt overwegen een webshop te beginnen waarmee je het financiele gat kunt overbruggen. Of je gaat heel erg visualiseren hoe het nog wel verkoscht gaat worden en gaat dat uitvoeren.
Het is niet zo moeilijk nieuwe mogelijkheden te denken. De kunst is ze niet direct neer te sabelen.

Er zijn altijd mogelijkheden die gedacht kunnen worden. En als je zelf een mogelijkheid niet denkt, of hem al na 0,14 miliseconde afschiet als ‘kan niet’, ‘mag niet’, ‘wil niet’ of ‘past niet’, dan houdt de energie op te stromen en volgtuiteindelijk de depressiviteit.

Daarom nog eens herhaald: het is nu geen crisis: we zijn bezig met een ethische herbezinning op onze maatschappij. En daarmee ook op onszellf. Daarin ontdekken we dat een aantal zaken ‘niet meer kunnen’ en dat we daarom andere zaken ‘niet meer mogen’ en ‘niet meer willen’ omdat we vinden dat ze ‘niet meer gepast zijn’. Blijft het daarbij dan is het slecht gesteld met de energievoorziening. Dan gaan met met elkaar 70 miljoen per dag sparen; omdat we met geknepen billen de toekomst zitten af te wachten. Maar als we denken over hoe we het wél willen, dan gaat de energie weer stromen. Dan gaan we vanzelf ook weer spenderen en geld is ook energie, dus dat versterkt elkaar. Ik denk dat minder zelfmoorden zullen zijn. Want dat gun je toch niemand: dat er in de geest nog maar één mogelijkheid lijkt te zijn: er zelf een einde aan te maken.

 

Hoe zie jij de toekomst?

Ervin Laszlo. Ik ben net begonnen aan een van zijn laatste boeken: WorldShift 2012. Laszlo is een autoriteit op dit gebied. Hij schreef er al zo’n 85 boeken over.
Halverwege de eerste bladzijde van zijn inleiding ben ik het echter al oneens met hem. Echt oneens, vanuit de logica van mijn gevoel, een innerlijk weten.

Ik stuit op de volgende zin:
Crisis schreeuwen om verandering. Geen cosmetische veranderingen, noodcorrecties of lapmiddelen. Ze nopen ons tot een fundamentele verandering van het systeem en tot een tijdige bewustzijnsomslag“.
Als ik deze passage geschreven zou hebben zou daar staan:
‘Verandering van bewustzijn, een bewustzijnsomslag leidt bijna altijd tot een crisis. Men beseft dat de oude paradigma’s en overtuigingen niet meer werken, maar de oude systemen laten zich niet in een keer veranderen. Het kost tijd om eenmaal ontwikkelde routines om te buigen of geheel te verlaten en door nieuwe te vervangen. Omdat eenmaal ontwikkeld bewustzijn nooit meer te negeren is en alleen maar kan groeien, is het zeker dat een bewustzijnsomslag zich vroeg of laat toont in veranderingen’.

Er is dus geen bewustzijnslag nodig om de crisis te weerstaan, de crisis is het gevolg van de bewustzijnsslag die we aan het maken zijn. Allerlei zaken die we 40, 25, 10 jaar of zlefs nog korter geleden nog normaal vonden, die accepteren we niet meer. Door groeiend bewustzijn.
Zo keken we nog niet zo heel lang geleden nogal op tegen verheven beroepen als artsen, advocaten, notarissen, professoren e.a. Dat doen we niet meer, mede doordat ons steeds duidelijker is dat ethisch handelen in de brede betekenis van het woord naar onze huidige inzichten soms ver te zoeken was. Hetzelfde geldt voor de financiele wereld: wat we 10 jaar geleden nog accepteerden is nu achterhaald.

De geest is uit de fles. Dat proces begon toen de stofwolken van de 2e wereldoorlog neergedaald waren en we met enige afstand naar dat gebeuren konden kijken. Vandaag de dag leidt dat tot vragen over ethiek en valt om de haverklap het met ethiek verbonden woord verantwoordelijkheid.
Het is dus niet de crisis die nieuw bewustzijn creeert, maar nieuw bewustzijn creeert de crisis. Wat de verandering tegenhoudt is dan ook niet het zogenaaamd ontbrekend bewustzijn. Verandering wordt belemmerd door het denken vanuit en vasthouden aan het verdedigen van bestaande belangen.

Op driekwart van de inleiding kom ik weer op het spoor van Laszlo: “Het is onze kans om bewust te veranderen, en wel op tijd“. En aan het eind van de inleiding schrijft hij: “En wat wij doen is afhankelijk van onze waarden, ons ethisch besef en ons bewustzijn“.
Pffff.

Heb jij vandaag ook geen tijd?

Gefeliciteerd! Ik heb ook geen tijd vandaag. Heerlijk.

Vreemd om iemand te feliciteren die geen tijd heeft? Nprmaal gesproken missschien wel, maar vandaag niet. Vandaag is het 25 juli. En voor de Maya’s is dat de ‘dag buiten de tijd’. Op 25 juli bestaat de tijd even niet voor de Maya’s. Even zijn zij van het juk van de tijd bevrijd en vieren daarom feest op die dag. Elk jaar op 25 juli; niet alleen in dit Maya jaar 2012.

De Maya’s zijn bekend door de vele kalenders die zij ontwikkelden en naast elkaar gebruikten. De kalender met ‘de dag buiten de tijd’ wordt meestal aangeduid als ‘de dertien manen kalender’.  Die kalender kent dertien maanden van 28 dagen.
13 x 28 = 364. Dat is dus een heel mooie ritmische kalender die ook veel meer gelijk oploopt met de omwentelingen van de maan om de aarde. Die duurt iets minder dan 28 dagen. En voor liefhebbers van het getal 13, zoals ik, zijn de dertien maanden een mooie stimulans voor altijd weer nieuwe mogelijkheden. In ieder geval is deze Maya kalender veel meer met de natuur en ons universum verbonden dan onze gebruikelijke Gregoriaanse kalender.

Deze Gregoriaanse kalender heeft weliswaar een oorsprong van voor het jaar nul, maar is vooral bedacht en aangepast door bijvoorbeeld keizers als Julius Ceasar en ook door pausen. Paus Gregorius XIII was in 1582 de laatste die tot aanpassingen besloot. Allemaal bedenksels, weinig verbinding met het universum. Dat deden de Maya’s beter, maar hun ‘dertien manen kalender’ komt wel één dagje tekort. En zo ontstond de dag buiten de tijd. “Mijn lievelingsdag”, zou beertje Poeh zeggen. Maar dat zegt-ie elke dag.

Toen ik een jaar of tien geleden voor het eerst over ‘de dag buiten de tijd’ las, heb ik het idee gelijk omarmd. Als er geen tijd is kan je hem ook niet besteden. Dus alles wat je doet is pure winst. En omdat ‘vieren wat gevierd kan worden’ al veel langer een van mijn motto’s is, is elke 25e juli voor mij een feestdag.

Was het vandaag ook een feestdag voor jou?

 

 

Hoeveel stuur jij zelf?

Het verschil te kennen tussen ‘interne sturing’ en ‘externe sturing’: ik denk dat het ’t allerbelangrijkste is wat ik in mijn leven leerde. Na de taal dan, want zonder taal geen denken… Het verschil kennen tussen ‘externe sturing’ en ‘interne sturing’ bij zowat alles wat je dagelijks tegenkomt: in mijn opinie is het het verschil tussen ‘leven’ en ‘geleefd worden’. Eigenlijk is het de keuze tussen ‘leven’ en ‘dood’.

Een korte uitleg: interne sturing is alles wat je denkt en doet en wat voort komt uit je eigen bron, uit je ‘zelf’.  Het is alles wat écht bij je hoort, wat gerelateerd is aan je talenten, aan je passie(s), aan wat voor jou belangrijk en vooral van grote waarde is. Voor het gemak: verbind het maar aan het werkwoord ‘willen’.
Externe sturing is: alles wat van buiten jou komt als impuls of opdracht. Verbind maar met het werkwoord ‘moeten’.

Onze huidige samenleving is beresterk geworden in jou heel veel te ‘laten willen’. En daar zit nu net de valkuil! Wie het verschil niet kent tussen het ‘zelf willen’ van de interne sturing en dit ‘laten willen’ als slimme vorm van ‘moeten’ staat er niet best voor. De huidige maatschapppij nodigt op slimme wijze ons uit héél veel te willen. Het wordt anders gepresenteerd, maar in de boodschappen zit bijvoorbeeld verpakt:
– je ‘moet’ dit boek lezen’ (anders kan je niet meepraten)
– je ‘moet’ deze musical zien’ – (anders hoor je er eigenlijk niet bij)
– je ‘moet’ dit wasmiddel gebruiken (anders moet je straks een nieuwe wasmachine kopen)
– je ‘moet’ toch carriere maken (anders red je het straks niet)
– je ‘moet’ naar China op vakantie (anders ben je wel érg burgerlijk)
– je ‘moet’ bewegen (anders krijg je straks obesitas)
– je ‘moet’ toch een blog beginnen (anders ben je niet van deze tijd)

De lijst van prikkels is eindeloos. Wie het verschil niet kent tussen interne en externe struring denkt al snel dat hij dat boek leest ‘omdat hij dat wil’, terwijl er mogelijk een stemmetje diep in hem verborgen zegt: ‘ik doe het want dan anders kan ik er niet over meepraten’. Of dat je stoer doet op je werk, omdat dat stemmetje van binnen zegt: ‘anders denken ze dat ik geen goede leidinggevende ben’. Of dat je een blog begint, terwijl dat zelfde verstopte stemmetje zegt: ‘ik doe het want anders ben ik niet van deze tijd. En ik ben al pensionado’.
Zo wordt ongemerkt van ‘moeten’ een ‘willen’ gemaakt. Een keer dit doen: geen probleem, maar we krijgen dagelijks tientallen prikkels en steeds moeten we kiezen er wel of niet op in te gaan.

En waarom het nu belangrijk is te weten of je kiest van ‘interne sturing’ of je laat leiden door ‘externe sturing’?: Handelen vanuit interne sturing geeft je energie. Handelen vanuit externe sturing kost je energie. Zo eenvoudig is dat.

Heb jij een idee waar al die burn outs vandaan komen?
– wordt vervolgd-

Zit jij wel eens met de benen op tafel?

Nee? Zit jij nooit met je benen op tafel? Schoenen uit en dan even languit? Dan heb je het zeker nooit druk? Als ik het druk heb en vooral op momenten dat er ineens veel op mij af lijkt te komen, dan trek ik mijn schoenen uit en leg ik mijn benen op tafel. Dan ga ik er eens rustig voor zitten.

Dan ga ik rustig nadenken: hoe ga ik dit varkentje wassen? Wat heb ik al, waar kan ik op terugvallen? Wie kan ik inschakelen? Wie moet ik er bij betrekken, wie moet ik informeren? Hoe pak ik dit het slimst aan? Waar vind ik voorbeelden? Wat heb ik geleerd van eerdere situaties?
En dat soort gedachten.

Het is een oud credo uit de kwaliteitswereld: een fout herstelllen kost zeven keer zoveel tijd als een fout voorkomen. Rationeel lijken mensen dat nog wel te begrijpen als je het tegen ze zegt. Maar ik zie het zo weinig gebeuren. Wat ik zie is: direct op het probleem, de uitdaging ingaan, direct handelen, actie en daarna een reeks van aanvullende acties en herstelacties. Nodig omdat de eerste handelingen niet helemaal doordacht waren. Betrokkene zelf herkent dit onderscheid in acties meestal niet. DIe is gewoon druk bezig met de aanpak van zijn uitdaging, het oplossen van zijn probleem.

Wat is dat toch dat mensen niet de rust kunnen vinden eerst goed na te denken,
d e  t i j d  t e  n e m e n en dan pas aan de slag te gaan. En op deze manier in veel gevallen een spoor van vernieling achter zich te laten, want anderen worden in die ondooordachte haast meegesleurd. Die moeten ook ineens van alles, namens onze stresskip dan. En zeker als dat een leidinggevende is, zijn de poppen al snel aan het dansen. Kort dansje dan. Uiteindelijk eindigen veel van deze dansjes in een burn-out. Overdreven? Geloof ik niets van.

De vraag die ik mijzelf stel, terwijl ik met mijn benen op tafel zit is: ‘hoe zit ik deze externe sturing weer om naar interne sturing? Hoe maak ik mijzelf weer regisseur van het proces? Vanuit mijn inzicht dat alles waar waarbij sprake is van externe sturing (alles wat op je afkomt) energie kost en interne sturing (eigen regie) energie oplevert. Zo simpel is dat.

Mocht je hierover twijfelen: leg je benen dan op tafel en begin eens met erover te denkelen.

Wel eens van paraskevidekatriafobie gehoord?

Paraskevidekatriafobie is extreme angst voor vrijdag de 13e. Je zal het maar hebben. De uitdaging doet zich ieder jaar één of twee keer voor. Maar hoe kan je vrijdag de 13e als een ongeluksdag zien, als je zelf op vrijdag de 13e geboren bent? Ik in ieder geval niet en ik ben er zo één: vrijdag 13 juni 1947 om 16 uur 42 vond mijn moeder het genoeg en daar was ik. Vanaf het moment dat ik inzicht kreeg in de koppeling van het getal 13 met mijn eigen leven, heb ik geweten dat dertien nooit een ongeluksgetal kan zijn.

De 13e man
Hoe men daar dan bij komt? Volgens Wikipedia bijvoorbeeld omdat men twaalf zag als het perfecte getal en dan is 12 + 1 een doorbreking van het perfecte, En dan volgt steevast het voorbeeld van de twaalf apostelen en Judas als de 13e: de verrader. Maar dat is een vreemde logica. Judas was immers een van de twaalf apostelen, volgeling van Jezus. Omdat ik niet erg thuis ben in Bijbelse zaken heb ik het maar eens nagelezen, maar de naam van Judas staat toch echt in het rijtje. Het lijkt mij ook veel logischer om Jezus als de 13e man te zien: de voorganger. Dan kan je dertien toch niet zien als een ongeluks getal. Zelfs een waarschijnlijke atheíst als ik kan dat niet zo zien.

In 2006 werd het Evangelie van Judas ‘herontdekt’ en ontcijferd. Wikipedia: “Opmerkelijk hierin is dat Judas niet wordt afgeschilderd als ‘schurk’ of ‘verrader’, maar juist als een vroom en gelovig man, die tégen zijn wil deed wat Jezus van hem verlangde: hem overleveren aan de Romeinen”. Begrijpelijk dat vanuit de gevestigde (kerkelijke) orde dit beeld streng bestreden wordt.
Maar ook vanuit dit gezichtspunt en zelfs wanneer we niet Jezus maar Judas als 13e man zien, is het niet logisch dat wij dertien als een ongeluksgetal moeten zien. Integendeel.

De 8e toon
Zelf geef ik meestal een andere uitleg aan dertien als geluksgetal. Neem onze toonladder: do, re , mi , fa .so, la, ti en weer do. De laatste toon is weer gelijk aan de eerste, maar dan een toonhoogte hoger. Je kunt de toonladder dus ook zien als 7 + 1 tonen. Speel je de toonladder op de piano dan kan kan je daarvoor 12 + 1 toetsen gebruiken: 7 witte (do – ti) en 5 zwarte. De laatste toon is dan de 13e toon: het is de eerste toon van het volgende octaaf.

De gelijkenis met de 12 + 1 apostelen is treffend: het perfecte getal (12 of 7) wordt doorbroken. Ook zeven wordt algemeen als een perfect getal gezien, een geluksgetal.
Vervolgens kan je op twee manieren de betekenis van dertien duiden.
De eerste: het perfecte wordt doorbroken; we storten ons in het ongeluk. Dat is voor de zwartkijkers. De tweede: na het perfecte begint een nieuwe toekomst. Immers, stel je voor dat er na zeven of na twaalf niets meer kwam.
Wat als er na zeven tonen geen achste toon kwam? Einde muziek.
Wat als er na een week geen achtste dag kwam? En wat als na twaalf maanden er geen dertiende maand kwam? Nee, die financiele ‘dertiende maand’ kunnen we wel missen, maar als er geen januari meer kwam..?!
Dertien is de de poort naar de toekomst. De toegang naar nieuwe mogelijkheden. Dat is de kijk van de positivisten; ik zeg: van zelfstuurders.

Dertien als nieuw begin
Dertien is voor mij daarom het getal van de zelfsturing. Communicatieve zelfsturing uiteraard, maar daar kom ik later nog wel op terug. Voorlopig ga ik elke 13 van de maand een blog produceren over ‘dertien’ en/of ‘zelfsturing’.

Behalve op vrijdag de 13e. Die geluksdag reserveer ik helemaal voor mijzelf.
Wat doet vrijdag de 13e met jou?

Is dit wetenschappelijk onderbouwd?

Nu ik toch over de wetenschap begonnen ben, moet het volgende ook nog maar van het hart. Ik kan mij mateloos irriteren aan artikelen die vol staan met verwijzingen naar andere artikelen of boeken. Die verwijzingen moeten het ‘zogenaamde’ bewijs leveren voor de door de auteur geponeerde stelling of feiten. En feiten zijn feiten, dus dat is dan ‘de waarheid’. Maar zoals ik het vorige blog (10-07) al aangaf; hoe wetenschappelijk ook, vee; meningen en zogenaamde feiten blijken later falsificaties van de werkelijkheid te zijn. Door veel te verwijzen wordt ten onrechte een suggestie van ‘dit is toch wel echt waar’ opgebouwd.

Gisteren las ik tijdens mijn maandeijks bezoek aan de Bloedbank een artikel waarin een korte rapportage stond over een kartel van wetenschappelijke tijdschriften dat was ontmanteld en beboet: men verwees vooral (bijna uitsluitend) naar artikelen die gepubliceerd waren in tijdschriften die tot dat kartel behoorden. Want aangehaald worden is erg belangrijk in de wetenschappelijke wereld, dus dan maar op deze manier. Jezelf belangrijk maken heeft weing met wetenschap van doen.

Nog irritanter is het met mensen in gesprek te zijn die continu verwijzen naar wat schrijver x, professor y of goeroe z ooit eens heeft gezegd of geschreven. Eigenlijk ben je niet met deze persoon zelf in gesprek, want hij spreekt steeds met de mond van een ander. Het interesseert mij zelden wat professor x of professor y over het onderhavige onderwerp heeft gezegd; ik wil weten wat mijn gesprekspartner er van vindt. Met hem haar in kan ik in discussie en kan ik dialogeren; wat die aangehaalde professor er van vindt: dat moet ik maar voor lief aannemen, ik kan er niets mee.

Degene die mij dit ooit duidelijk maakte is Jan van der Linden, onze nestor Katarsiaan. Maar wat voor indruk zou het op jou maken als ik nu zei: “Jan van der Linden zegt dat je niet steeds moet quoten”. En heel vervelende indruk. Het roept gelijk de vraag op: ‘en vind jij dat zelf ook, Piet?’

Om deze reden heb ik er voor gekozen om op deze weblog mijn imprints op te nemen, waarin ik mijn voedingsbodem eer en toon. Opdat mijn lezers en gesprekspartners beter kunnen begrijpen waar mijn ideeen en denkbeelden hun oorsprong hebben. Maar wat ik blog komt uit mijn mond, pen, toetsenbord.

UItzondering bij het quote verbod maak ik met betrekking tot mijn lieve moedertje. Ondertussen ‘ergens boven’.  Bij tegenslag leerde ze mij altijd: “Je zult zien waar het goed voor is”. Dat vind ik ook, maar deze denkwijze quote ik toch altijd. Tenslotte blijft ze nog altijd mijn lieve moedertje. Zij hoefde zich niet belangrijk te maken. Ze was het.

 

Is dit wetenschappelijk bewezen?

Het was vandaag (09 juli 2012) in het nieuws: op de verpakking en bijsluiters van homeopathische geneesmiddelen mag niet meer worden vermeld waartoe dit middel dient ‘als dat niet wetenshappelijk bewezen is’. De Vereniging tegen de Kwakzalverij was weer blij. Ik niet.

Twee zaken komen bij mij boven: hieruit blijkt weer een overschatting van het belang van de wetenschap en anderzins een onderschatting van het zelfsturend vermogen van mensen. Ik sluit niet uit dat er voor dit wetsvoorstel niet alleen door de Vereniging tegen de Kwakzalverij, maar vooral ook door de pharmaceutische industrie flink gelobbied is.

‘Wetenschap is de geaccepteerde leugen’ kwam ik recentelijk ergens tegen. Ik vind dat wel een passende omschrijving. Het is altijd de laatste stand van zaken, maar met iedere nieuwe ontdekking verdwijnt de vorige versie naar fabeltjesland. Terwijl we eerst toch dachten dat het ‘wetenschappelijk bewezen en dus waar was’.
Een poosje geleden sprak ik met een arts over maagzweren. Mijn vader overleed in ’63 aan zijn derde maagzweer. De arts was te laat voor een nieuwe operatie. “Ik hoor nooit meer over maagzweeroperaties”, vertelde ik de arts waarmee ik sprak. “SInds de 80-er jaren hebben we nieuwe inzichten over het ontstaan en de bahndeling. Maagzweren worden vooral veroorzaakt door een virus en tegenwoordig kunnen we het dus met een pillenkuur af”, vertelde de arts. Toen, in ’63, was ‘wetenschappelijk bewezen’ dat opereren de beste methode was, nu zijn het de pillen. Wat zal de stand van zaken zijn over 10 jaar? Niemand kan het nog zeggen, maar de ‘oplossing’ bestaat natuurlijk al wel; hij is alleen nog niet door mensen bedacht en al helemaal nog niet bewezen.

Vragen om wetenschappelijk bewijs voordat je iets als nieuwe kennis durft te aanvaarden levert je dus een falsificatie van de werkelijkheid op. En wij maar denken ‘dat het waar is’ als het wetenschappelijk bewezen is.

Maar naast de overschatting van de wetenschap is er ook de onderschatting van het zelfsturend vermogen van de mens. Vroeger had ik nog wel eens hoodpijn. Die ging niet makkelijk over ondanks het gebruik van veel asperines. Terwijl op het doosje stond: ‘tegen hoofdpijn’. Zal wel, maar dan toch niet die van mij. Waarom mag op een potje pillen van de homeopaat niet staan ‘tegen huidschimmel’, om maar wat te noemen. De aanduiding ‘homeopathisch geneesmiddel’ geeft mij al voldoende informatie over de achtergrond van dit middel. Op welke gronden onthoudt de wetgever mij de voor mij belangrijke informatie?

Als we dan toch willen betuttelen, doe dat dan de groep onzekere nog-niet-zelfstuurders en laat dan op de verpakking er bij zetten ‘niet wetenschappelijk bewezen’. Dan kan ook de onzekere nog-niet-zelfstuurder zelf bepalen of hij het middel aandurf of niet.

Is er eigenlijk wetenschappelijk bewezen dat als er ‘wetenschappelijk bewezen’ op de verpakking staat het product ook beter werkt?