Hoeveel is ‘zinloos rijk’?

Nu ik voor mijzelf erkend heb dat ‘zinloos rijk’ inderdaad bestaat, is het de moeite waard daar eens handen en voeten aan te geven. Gewoon eens wat denkelen, spelen met gedachten.

Ik beperk me tot de Nederlandse situatie. Op zich natuurlijk ook zinloos; we zijn teveel vervlochten met de rest van de wereld om ook maar iets hier op eigen houtje te kunnen doen. Maar je moet toch ergens beginnen.

Laat ik dat doen door het modaal inkomen in Nederland als uitgangspunt te nemen: het meest voorkomende inkomen per werkend hoofd van onze bevolking. Ook het CPB gebruikt deze rekeneenheid vaak als referentiepunt. . Voor 2012 wordt het modaal inkomen geschat op € 33.000 per jaar. Bruto. Als iemand nu eens zeven keer dit modale inkomen heeft, op jaarbasis, dan mag je toch spreken van een prachtig inkomen: 7 x € 33.000 = € 231.000 .  En stel nu eens dat deze persoon er nog niet eens voor hoeft te werken: hij krijgt het uit vermogen. Dat kan op veel manieren; ik kies voor een heel simpele: rente over zijn banktegoeden. De rente is nu laag; voor het gemak reken ik met 3%. Die 3% moet dan dus jaarlijks die € 231.000 opleveren. Dat betekent dat het vermogen zo rond de 7,5 miljoen moet liggen.

7,5 miljoen levert iemand dus een gegarandeerd inkomen van 7 x modaal, zonder er voor te hoeven werken en zonder dat het vermogen hoeft te worden aangetast. Dan kan je niet zeggen dat iemand het slecht heeft. Met andere woorden: alle vermogen boven de 7,5 miljoen is ‘zinloos rijk’.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagd , , door Piet Boot . Bookmark de permalink .

Over Piet Boot

BIO Piet Boot (1947) De aanloop Piet haalde in de avonduren zijn MO-A onderwijskunde terwijl hij gedurende die tijd met zijn diploma ‘pedagogische Academie’ op zak, voor de klas stond. MO-B volgde gedurende de eerste jaren bij de Schoolbegeleidingdienst waar hij uiteindelijk 12 jaar lang ervaring opdeed in het begeleiden van schoolteams bij veranderingsprocessen. De hink Het onderwijs bood hem uiteindelijk te weinig ruimte en Piet richtte zich (met 2 collega’s) op de bedrijvenmarkt. ‘Triam, bureau voor Toegepaste Onderwijskunde’ was dè voorloper in de markt van het leveren van onderwijskundige diensten: de ontwikkeling van bedrijfspecifieke opleidingen en –documentatie. Piet heeft het vermogen een aantal jaren in de tijd vooruit te kunnen kijken en ontwikkelingen vroegtijdig te zien aankomen. Daarop liet hij Triam ook met een cyclus van 5 – 7 jaar groeien naar nieuwe niveaus van dienstverlening: eerst kwaliteitsmanagement, later kennismanagement. Piet vindt creëren belangrijker dan beheersen. Dat merk je ook aan een van zijn uitlaatkleppen: dan vind je hem in zijn kleine atelier, bezig om met olieverf ruwe doeken te produceren. De stap Toen Triam groot was gegroeid (max. 90 medewerkers / 5 vestigingen) was dat ook de hoogste tijd voor hem om een nieuwe start te maken. Hij besloot zijn kennis en ervaring in te zetten om ondernemers te helpen hun droom te verwezenlijken (en soms om hen ‘uit de droom te helpen’). Daarin komen zijn kwaliteiten het best naar voren; van onderwijskundige, kwaliteitskundige en veranderkundige, tot filosoof, visionair en ondernemer. Maar zijn sterkste punt is de verbinding tussen ‘hard’ en ‘zacht’, tussen mensen, tussen concept-ontwikkeling en uitvoering / de praktijk, tussen korte- en (middel)lange termijn. De sprong De jaren na zijn vertrek uit Triam werd Piet zich steeds bewuster van de grote ontwikkelingen van deze tijd. Opnieuw klopt zijn ondernemershart en is hij in cocreatie met verschillende partners bezig met interessante, betekenisvolle initiatieven. Daarnaast voert hij freelance opdrachten uit en creëert hij mogelijkehden voorzijn opdrachtgevers. Zijn visitekaartjes tonen rollen als inviseur, arrangeur, transformateur, derailleur en co-creator. Hoewel hij zegt dat hij niet meer werkt is hij voorlopig nog wel even bezig……