Barbara Marx Hubbard

Ik las het boek ‘Bewuste evolutie’ van Barbara Marx Hubbard eind 2004. Het boek zelf dateert al van 1998. Het gaf mij concreetheid aan de filosofische evolutie zoals door Arnold Cornelis is beschreven. De betekenis van een aantal mondiale gebeurtenissen werd mij helder. Zoals de impact op ons collectieve bewustzijn van het zien van de eerste vanuit de ruimte gemaakte foto’s van de aarde.

Ook de introductie van het begrip ‘mem’ maakte indruk op mij. “Het mem is een zelfvermenigvuldigende cluster van ideeen.  Dankzij een handjevol biologische trucs worden deze visies de lijm die beschavingen bijeenhoudt en elke cultuur haar onderscheiden vorm geeft.” (Howard Bloom in ‘The lucifer principle’). Ik maak er van: een mem is een groeiend collectief bewustzijn.

Toch kies ik voor een ander passage uit het boek. Een waarin ik een bij mij sluimerende gedachte verwoord zag worden: de samenhang tussen de levensfasen van de individuele zich ontwikkelende mens en die van de hele  mensheid. Lees mee.

“Laten we onszelf als planeetorganisme eens vergelijken met het biologische organisme vlak na de geboorte. Wij zijn degenen die voor het trauma van nét na de geboorte staan – worstelend om coördinatie als mondiaal systeem. We gaan over van de niet-hernieuwbare hulpbronnen van moeder aarde op hernieuwbare energie- en voedselbronnen. We leren om te gaan met ons afval, overbevolking en verontreiniging een halt toe te roepen. En we beginnen te beseffen dat we allemaal deel uitmaken van één planetair lichaam.

Voor de eerste keer – in de zestiger jaren- openden we onze Aarde-gebonden ogen, zagen we onszelf vanuit de ruimte, en werden verliefd op onszelf als geheel. Gedurende één korststondig moment zagen we geen grenzen, geen naties en geen muren om ons te scheiden.

Nu ontwaken miljoenen van ons om deel te nemen aan het geheel, terwijl het planetaire lichaam tot een geheel wordt waarin alles aaneengeschakeld wordt. Onze elektronische media hebben ons via wereldomspannende satellieten met elkaar verbonden. Recenter nog het internet, ons verfijnde planeetzenuwstelsel, dat ons individueel en als groepen verbindt, kriskras door het systeem heen, niet beperkt door tijd en ruimte.

Laten we ons eens voorstellen dat het de nieuwe functie van het internet is om ons te informeren over wat er werkt om onze wereld te laten evolueren. Laten we aannemen dat het NieuwNieuws ons in al zijn vormen nieuws doorgeeft over wie bezig zijn te worden. Het plan begint zich te ontvouwen. Maar we verkeren nog steeds in de postnatale verdoofdheid, beangstigd en verward door de abrutheid van de veranderingen die we doormaken. Velen van ons hebben geen hoop, hebben het gevoel niet dat onze toekomst gewenst en aantrekkelijk  is, en vergeten dat ieder van ons een rol te vervullen heeft. Toch lijkt mij,zoals Teilard de Chardin in “De toekomst van de mens” schrijft: “De hele toekomst van de Aarde, evenals van religie … af te hangen van het ontwaken van ons geloof in de toekomst.” We leven met een onheilspellend gevoel van op handen zijnde doem, wat realistisch is. Als we ons niet snel aanpassen aan onze nieuwe omstandigheid, zouden we sterven. Onze geboorte zou een overlijden kunnen zijn. De gevaren waar we voor staan zijn levensbedreigend, zoals de pasgeboren baby voor kritieke problemen staat die hij vlug moet aanpakken, wil hij niet doodgaan.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *