Tao van Poeh

Het zou zo maar kunnen: ‘Tao van Poeh’ van Benjamin Hoff (1985) is mijn meest gelezen boek. Ik schat dat het een jaar of drie op mijn nachtkastje heeft gelegen. En zo schat ik ook dat ik het zo’n dertien keer gelezen heb. In me heb opgezogen, zo voelt het. Ik kreeg het in 1991 in handen. In die periode kreeg ik ook mijn eerste I-Tjing boek (‘Het boek der verandering, gabaseerd op de Tao), maar dat is andere kost. Om dat boek te begrijpen helpt ‘Tao van Poeh’ enorm. De eenvoud en oorspronkelijkheid waarmee Tao van Poeh is geschreven werkte bij mij heel inspirerend en vormend. Daarom mag dit kleine boekje niet bij mijn imprints ontbreken.

Met gemak zou ik meer passages kunnen opnemen.
Bijvoorbeeld over de oude man bij de waterval in de Kloof van Lu als illustratie van het Woe Wei principe. Komt nog wel een blog over. Of voor het uitgebreide verhaal van Duruk Goutrug. Maar dat kom ik liever voorlezen.
Ik kies hier voor een heel simpele en voor (destijds) verrassende passage, omdat de werkelijke betekenis daarvan mij bijna dagelijks energie geeft.

De ik-figuur in de volgende passage is die van de schrijver, die deel uitmaakt van een gezelschap dat verder bestaat uit het beertje Poeh, Uil en Knorretje’.

“Tussen haakjes Poeh, hoe zou jij  dinsdag spellen?”
“Wat spellen?” vroeg Poeh.
“Dinsdag. Je weet wel van maandag, dinsdag…”
“Beste Poeh”, zei Uil, “iedereen weet dat je dat spelt met een T”.
“Is het heus?” vroeg Poeh.
“Natuurlijk”, zei Uil. Het si per slot de tweede dag van de week”.
“O, zit dat zo?, zei Poeh.
“Goed Uil”, zei ik. “Maar wat komt er dan na tinsdag?”
Derdag“, zei Uil.
“Uil, je haalt de hele boel door de war, “zei ik.
“Dit is de dag na dinsdag en het is geen derdag, ik bedoel donderdag”.
“Wat is het dan wel?, vroeg Uil.
“’t Is vandaag!” piepte Knorretje.
“Mijn lievelingsdag”, zei Poeh.

Heerlijk, toch?!
Wat doet het met jou?

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *