Vond jij hem ook een top-manager?

Je kunt de vraag tweeledig opvatten. Afgelopen zondag was Ben Verwaayen te gast bij VPRO-zomergasten: is hij nu een topmanager of een top manager? Oftewel: geeft hij leiding aan een groot bedrijf/concern of is hij een heel goede manager? Of beide? Of beide niet? Wat een mogelijkheden. Eén ding is zeker: Verwaayen geeft al jaren leiding aan grote concerns. Dus een topmanager is hij zeker. Maar is hij ook ‘top’?
Ik volgde af en toe het programma op het zogenoemde ‘tweede scherm’ en las veel tweeds van kijkers die hem enthousiast en inspirerend vonden. Wat mij betreft: ook zijn enthousiasme was on-ontkenbaar. Maar inspirerend?

Ik hoorde Ben Verwaayen een paar interessante uitspraken doen.
‘Ik ben een mensenmens en dat is een zwakte; je kunt beter een cijfermens zijn’
Interessant doorkijkje naar zijn opvatting over bedrijfsvoering. Persoonlijk denk ik juist het omgekeerde: Anglo-Amerikaans versus Rijnlands denken, vermoed ik.

Dat vermoeden werd versterkt door de volgende quote: ‘Politici hebben het veel moeilijker dan ik, die hebben multi stakeholders. In een bedrijf heb je er maar één: als je baas maar tevreden is.’ Ik vind dat nogal wat. Waar blijven de andere stakeholders in en rondom het bedrijf? Is het echt zo dat alleen het belang van je baas telt, ongeacht wat? Heb je nog collega’s, klanten, maatschappelijke omgeving, milieu? En wat dacht je van je eigen waarden? ‘Als je baas maar tevreden is”. Hm.

Over waarden gesproken. China kwam ter sprake. En het gegeven dat zij goedkoop kunnen produceren dankzij een gebrek aan regels, mensenrechten, vakbonden. De stelling van Verwaayen was: ‘wij kunnen niet al onze verworvenheden behouden in deze economische strijd tussen China en het Westen. En als je dat wel wilt, moet je niet zeuren dat het hier niet goed gaat.’ Daar kan ik me voor een belangrijk deel in vinden, maar ik vond het wél opvallend dat er daarbij geen enkel onderscheid door hem werd gemaakt tussen materiële en immateriële verworvenheden. Die materiële zaken: dat mag van mij een tandje minder. Twee tandjes ook. Maar de verworvenheid van immateriële waarden zoals betamelijke arbeidsomstandigheden voor alle werknemers, dát willen we toch niet terugdraaien?! Voor Anglo-Amerikaans denkenden: immateriële zaken en waarden kosten niets, alleen aandacht en moeite.
En zelfkennis.

Op het slot kwam de vraag naar zijn sterkste punt. Ik hoorde Verwaayen daarover al eerder iets zeggen. Hij zei ‘ik zie heel snel de essentie van iets. Héél snel’. Die zin vibreerde al een tijdje in mijn achterhoofd. Aan het eind van zomergasten, nogmaals geconfronteerd met de vraag zei hij: ‘ik wil verbeteren’. Toen vielen bij mij de puzzelstukjes in elkaar: ik vermoed dus toch een gebrek aan zelfkennis.
Ik hoorde niets over de essentie van dit tijdgewricht en over de essentie van de grote veranderingen die zich wereldwijd aan het voltrekken zijn. Misschien toch iets té snel gekeken, meneer Verwaayen? Ik heb bijvoorbeeld niets gehoord (ook niet tussen de regels door en ook niet in al zijn bevlogenheid over van alles) over het nieuw bewustzijn over ethiek (dé ‘oorzaak’ van deze zgn. crisis), ook niet over ethiek in het zakendoen.
Ik hoorde ook niets over veranderende inzichten over leiderschap, niets over de veranderende inzichten over ‘eigen verantwoordelijkheid’ (lees: de zelfsturende mens, de zelf-verantwoordelijke medewerker). Geen hint hoorde ik, of zat ik op die momenten net even in te dutten?

Verwaayen zei: ‘ik wil verbeteren’ en hij zei duidelijk niet: ‘ik wil vernieuwen’. Verbeteren is handhaven van het oude en dat steeds beter doen. Dat wordt al gauw denken in efficiency. Maar het blijven oude patronen. Vernieuwers bedenken nieuwe patronen, nieuwe modellen van samenwerken, van organiseren. Met fundamenteel andere arbeidsverhoudingen, transparantere verantwoordelijkheden en niet alleen op cijfers, bijvoorbeeld. Management-tijdschriften staan er vol van; boekenkasten met inspirerende literatuur daarover en gelukkig zijn er ook steeds meer inspirerende leidinggevenden. Al mag dat aantal van mij nog wel groeien. Maar Ben Verwaayen hoorde ik er niet over. Enthousiast vond ik hem dus wel, maar inspirerend: nee!
En dat vind ik heel jammer van zo’n topmanager. Want dat is hij.

 

 

 

Hoe zie jij de toekomst?

Ervin Laszlo. Ik ben net begonnen aan een van zijn laatste boeken: WorldShift 2012. Laszlo is een autoriteit op dit gebied. Hij schreef er al zo’n 85 boeken over.
Halverwege de eerste bladzijde van zijn inleiding ben ik het echter al oneens met hem. Echt oneens, vanuit de logica van mijn gevoel, een innerlijk weten.

Ik stuit op de volgende zin:
Crisis schreeuwen om verandering. Geen cosmetische veranderingen, noodcorrecties of lapmiddelen. Ze nopen ons tot een fundamentele verandering van het systeem en tot een tijdige bewustzijnsomslag“.
Als ik deze passage geschreven zou hebben zou daar staan:
‘Verandering van bewustzijn, een bewustzijnsomslag leidt bijna altijd tot een crisis. Men beseft dat de oude paradigma’s en overtuigingen niet meer werken, maar de oude systemen laten zich niet in een keer veranderen. Het kost tijd om eenmaal ontwikkelde routines om te buigen of geheel te verlaten en door nieuwe te vervangen. Omdat eenmaal ontwikkeld bewustzijn nooit meer te negeren is en alleen maar kan groeien, is het zeker dat een bewustzijnsomslag zich vroeg of laat toont in veranderingen’.

Er is dus geen bewustzijnslag nodig om de crisis te weerstaan, de crisis is het gevolg van de bewustzijnsslag die we aan het maken zijn. Allerlei zaken die we 40, 25, 10 jaar of zlefs nog korter geleden nog normaal vonden, die accepteren we niet meer. Door groeiend bewustzijn.
Zo keken we nog niet zo heel lang geleden nogal op tegen verheven beroepen als artsen, advocaten, notarissen, professoren e.a. Dat doen we niet meer, mede doordat ons steeds duidelijker is dat ethisch handelen in de brede betekenis van het woord naar onze huidige inzichten soms ver te zoeken was. Hetzelfde geldt voor de financiele wereld: wat we 10 jaar geleden nog accepteerden is nu achterhaald.

De geest is uit de fles. Dat proces begon toen de stofwolken van de 2e wereldoorlog neergedaald waren en we met enige afstand naar dat gebeuren konden kijken. Vandaag de dag leidt dat tot vragen over ethiek en valt om de haverklap het met ethiek verbonden woord verantwoordelijkheid.
Het is dus niet de crisis die nieuw bewustzijn creeert, maar nieuw bewustzijn creeert de crisis. Wat de verandering tegenhoudt is dan ook niet het zogenaaamd ontbrekend bewustzijn. Verandering wordt belemmerd door het denken vanuit en vasthouden aan het verdedigen van bestaande belangen.

Op driekwart van de inleiding kom ik weer op het spoor van Laszlo: “Het is onze kans om bewust te veranderen, en wel op tijd“. En aan het eind van de inleiding schrijft hij: “En wat wij doen is afhankelijk van onze waarden, ons ethisch besef en ons bewustzijn“.
Pffff.