Zit jij wel eens met de benen op tafel?

Nee? Zit jij nooit met je benen op tafel? Schoenen uit en dan even languit? Dan heb je het zeker nooit druk? Als ik het druk heb en vooral op momenten dat er ineens veel op mij af lijkt te komen, dan trek ik mijn schoenen uit en leg ik mijn benen op tafel. Dan ga ik er eens rustig voor zitten.

Dan ga ik rustig nadenken: hoe ga ik dit varkentje wassen? Wat heb ik al, waar kan ik op terugvallen? Wie kan ik inschakelen? Wie moet ik er bij betrekken, wie moet ik informeren? Hoe pak ik dit het slimst aan? Waar vind ik voorbeelden? Wat heb ik geleerd van eerdere situaties?
En dat soort gedachten.

Het is een oud credo uit de kwaliteitswereld: een fout herstelllen kost zeven keer zoveel tijd als een fout voorkomen. Rationeel lijken mensen dat nog wel te begrijpen als je het tegen ze zegt. Maar ik zie het zo weinig gebeuren. Wat ik zie is: direct op het probleem, de uitdaging ingaan, direct handelen, actie en daarna een reeks van aanvullende acties en herstelacties. Nodig omdat de eerste handelingen niet helemaal doordacht waren. Betrokkene zelf herkent dit onderscheid in acties meestal niet. DIe is gewoon druk bezig met de aanpak van zijn uitdaging, het oplossen van zijn probleem.

Wat is dat toch dat mensen niet de rust kunnen vinden eerst goed na te denken,
d e  t i j d  t e  n e m e n en dan pas aan de slag te gaan. En op deze manier in veel gevallen een spoor van vernieling achter zich te laten, want anderen worden in die ondooordachte haast meegesleurd. Die moeten ook ineens van alles, namens onze stresskip dan. En zeker als dat een leidinggevende is, zijn de poppen al snel aan het dansen. Kort dansje dan. Uiteindelijk eindigen veel van deze dansjes in een burn-out. Overdreven? Geloof ik niets van.

De vraag die ik mijzelf stel, terwijl ik met mijn benen op tafel zit is: ‘hoe zit ik deze externe sturing weer om naar interne sturing? Hoe maak ik mijzelf weer regisseur van het proces? Vanuit mijn inzicht dat alles waar waarbij sprake is van externe sturing (alles wat op je afkomt) energie kost en interne sturing (eigen regie) energie oplevert. Zo simpel is dat.

Mocht je hierover twijfelen: leg je benen dan op tafel en begin eens met erover te denkelen.

Waarom versnelt de tijd? Deel 2.

Op YouTube staat een aardig filmpje: ‘Did you know 3.0’. Regelmatig komt er een nieuwe versie van uit. In een onderdeel van dat 5 minuten durende filmpje  wordt getoond hoeveel tijd een medium nodig had om 50 miljoen gebruikers te hebben. Bij de radio kostte dat 38 jaar; de televisie had daar nog maar 13 jaar voor nodig. Internet 4 jaar. De iPod 3 jaar en Facebook bereikte dat aantal al na 2 jaar.

Ik vind dit een mooi voorbeeld van de enorme versnelling die wij meemaken. Maar we mogen het niet verwarren met ‘een versnelling van de tijd’. Want net zo als in mijn vorige blog geldt ook hier: de tijd gaat niet sneller, maar het aantal mogelijkheden neemt steeds sneller toe. Is er ergens iets nieuws bedacht?  Vroeger duurde het jaren voordat die kennis over de wereld was verspreid. En dan spreek ik niet over heel veel vroeger. ‘Eind vorige eeuw’ klinkt wel ver weg, maar is het niet. Vandaag de dag staat nieuwe kennis à la minute online en is het toegankelijk voor grote groepen, verspreid over de hele wereld. Die deze kennis per direct weer gaan verrijken en verspreiden. Enzovoort.

Aangezien we in ons eentje de wereld niet kunnen veranderen is er maar één remedie om deze versnelling te kunnen weerstaan: vertragen. Meedoen door te vertragen.

Ik moet daarbij altijd denken aan een ondertussen al lang verboden kermisattractie.  Samen met de botsautootjes en de (eveneens nu verboden) trekwagentjes, was dit mijn favoriet. Stel je een grote ronde tent voor met in het midden een grote draaischijf.  Ik kan het niet meer precies nagaan, maar ik schat de diameter toch gauw op zo’n 7 à 8 meter. Naar het midden liep de schijf licht omhoog. Hij was van hout. Mooi gepolijst hout. Om de draaischijf een zandbak en daaromheen kon achter een wandje het publiek staan. Bij het klinken van de bel mocht je op de schijf plaatsnemen. Dat gebeurde massaal. Bij de volgende bel ging de schijf langzaam draaien. Langzaam werd de snelheid opgevoerd. Was je gaan zitten, dan werd je al snel door de middelpuntvliedende kracht van de schijf de zandbak in geworpen. Elkaar vasthouden bood even soelaas, maar nooit voor lang. Om te voorkomen al te snel in de zandbak te geraken zorgde je er voor dat je stond; liefst een beetje naar het midden toe. Daar was het natuurlijk dringen. Door op de schijf mee te lopen kon je je verblijf op de schijf rekken. Aangezien die geleidelijk steeds harder ging, moest je ook steeds harder lopen en werd je steeds meer naar de buitenkant van de schijf gedreven, waar de snelheid hoger en de middelpuntvliedende kracht sterker waren. Uiteindelijk was het rennen geblazen om het noodlot te ontlopen. Iets wat nooit lukte: de zandbak  was geduldig; de schijf meedogenloos. Tenzij. Tenzij je kans zag het absolute midden van de schijf in bezit te nemen en daar te gaan zitten. Daar was ruimte voor één persoon om schijnbaar zonder enige inspanning rondjes te kunnen blijven draaien. De middelpuntvliedende kracht is daar nul. Natuurlijk had de kermisexploitant daar wat op gevonden: een grote zandzak werd vanuit de nok van de tent aan een lang touw op je neergelaten. Het was je geraden daar bij uit de weg te blijven. Omdat je die zandzak wijselijk probeerde te ontwijken verschoof  je uit het midden en begon de ongelijke strijd tussen jou en de schijf opnieuw; al snel rende je naar de buitenrand van de schijf om daarna, net als alle anderen roemloos in de zandbak te eindigen. Ik snap wel dat deze attractie met de huidige veiligheidsvoorschriften verboden is.

Wat er blijft is mijn metafoor: hoe om te gaan met de zogenaamde tijdversnelling. Doe geen poging het toenemende tempo te volgen.  Waag je niet aan de rand, oftewel: doe geen moeite ‘alle mogelijkheden’  te benutten, noch om spijt te hebben van wat je nog niet hebt of deed. Ga naar het midden van de cirkel en vertraag je tijd.

Waarom versnelt de tijd? Deel 1.

De versnelling van de tijd. Dat is nogal een simpel verhaal: die bestaat niet. De tijd versnelt niet. Zolang we de tijd denken gaan er 24 uur in een etmaal: dat is 1 omwenteling om de zon. En zo gaan er ook 60 minuten in een uur. De aarde draait niet sneller om de zon dan voorheen.

Toch ervaren wij met z’n allen dat de tijd sneller gaat, lijkt te gaan. De ene oorzaak is dat wij met elkaar iedere dag een dagje ouder worden.  Ik las ooit dat we in de loop der jaren een tijdversnelling ervaren omdat je ‘het al een keer hebt meegemaakt’. Daardoor heb je minder tijd nodig alle indrukken te verwerken. En lijkt het of gebeurtenissen elkaar sneller opvolgen. Dat is een verklaring die mij wel plausibel in de oren klinkt. Ik schrijf dit blog op mijn vakantieadres in Mallorca. De eerste keer dat ik het smalle Spaanse weggetje naar ons verblijf reed, met aan beide zijden stenen muurtjes zodat je  met een tegenligger altijd even moet samenspannen om elkaar tepasseren, duurde dat erg lang, naar mijn idee. “Waar kom ik terecht? Zit ik wel op de goede weg?  Nu ik er aan gewend ben blijkt het maar een kort stukje te zijn. Ik rijd het dagelijks meerdere malen.

Deze tijdversnelling is van alle tijden en is niet de versnelling die ons zo bezighoudt. Die lijkt exponentieel van aard: het gaat maar sneller en sneller. Maar als de aarde niet sneller om de zon is gaan draaien, zodat we nog maar 20 in plaats van 24 uur in een etmaal hebben, wat is dan de oorzaak van deze  ervaren tijdversnelling? Mijn suggestie: het exponentieel toenemen van ‘mogelijkheden’ op bijna elk vlak. Uit alles kan je kiezen; moet je vaak kiezen.

Voorbeeld. Laat ik maar bij deze vakantie blijven. Nog niet zoveel jaar geleden boekte je de vliegreis bij het reisbureau. Die boekte al snel KLM: Nederlands product. De wereld was klein en overzichtelijk  Nu boek je zelf ‘uiteraard’ via internet. Je kunt kiezen uit een aantal maatschappijen die op Mallorca vliegen. Ik koos voor Transavia. Ik kan kiezen uit verschillende vluchten op verschillende dagen met wisselende tijden en per dag ook met wisselende tarieven. Dan: of ik alleen handbagage wil of ook ruimbagage. Als ik ruimbagage kies kan ik kiezen voor 15 of 20 kilo (“Wat denk jij nou?”, vraag ik dan aan mijn vrouw, die ik daarmee onderbreek in haar bezigheid.  Samen achter het scherm zitten doen we allang niet meer, uit ‘tijdbesparende overwegingen’ …).  Vervolgens kan ik ook mijn stoelen al kiezen en kan ik kiezen uit ‘standaard’ of ‘meer beenruimte’. Ik las dat je bij de KLM daarna al kunt zien welke passagier de stoel naast jou heeft geboekt, met zijn of haar LinkedIn adres.  Kan je tevoren al zijn profiel lezen. Tegen het eind van dit keuzeproces mag ik nog kiezen of ik wel of niet gebruik wil maken van de sms-dienst (waarmee eventuele vertragingen worden gecommuniceerd) en kan ik aangeven of ik wel of niet een annuleringsverzekering wil afsluiten  Tenslotte kan ik ook kiezen zelf al in te checken, of niet. Helemaal tenslotte is dat niet, want er komen ook nog mogelijkheden om aansluitend een auto te huren en/of een hotel te boeken. Kiezen, kiezen, kiezen.

Nu wist ik al snel dat ik naar Mallorca wilde, maar wat als je niet weet waar naar toe je wilt gaan, dan kan je uren, nee dagen op internet doorbrengen om je op honderden, nee duizenden ideeën te brengen. De vraag is of jij door de bomen het bos dan nog ziet. Als je niet weet wat je zoekt, zal je het niet zien als je het vindt.

Kiezen, kiezen, kiezen. Als je niet weet wat je wilt is het moeilijk kiezen. Dat geldt voor vakanties, voor elke aankoop die je doet, voor elke minuut tijd die je besteedt. Dat kiezen nekt ons. Kiezen vraagt tijd, maar dat niet alleen. Kiezen betekent ook: uit alle mogelijkheden er één kiezen en alle andere niet. Er blijven nog zoveel niet gekozen mogelijkheden over. En daarmee moet je wel kunnen leven. ‘Dat boek heb ik (nog) niet gelezen’; ‘die film heb ik (nog) niet gezien’; ‘in dat restaurant zijn we (nog) nooit geweest’; ‘daar heb ik (nog) nooit over nagedacht’; dat televisieprogramma heb ik (nog) nooit gezien’, etc. etc. etc. ‘En dat zou ik eigenlijk (nog) wel moeten’, denken velen dan in hun onbewuste, of misschien ook wel bewust. ‘Ik kan of moet nog zoveel’: dáár zit de hoofdoorzaak van de gevoelde tijdversnelling. Niet zozeer of alleen in ‘wat we nu doen’, maar vooral in alles wat we nog kunnen, moeten en willen doen.

De oplossing: weten wat wilt. Maar dat vraagt tijd.