Vbnbl 2

 

0INLEIDING

 

In dit hoofdstuk zal ik ingaan op een belangrijke omslag in het leren. In de twintigste eeuw waren wij  gewend datgene tot ons te nemen wat door anderen als goed of noodzakelijk voor ons werd gedacht. Vandaag, in de 21e eeuw geven mensen zelf sturing aan hun leerproces. De rol van de opvoeder, van de leerkrachten op alle niveaus van het onderwijs en van de leidinggevenden op het werk verschuift van een bepalende rol naar een ondersteunende en faciliterende rol.

Want leren moet worden gezien als een levensdrift: ieder mens wil leren en dat wordt tot het tachtigste levensjaar volgehouden.

 

In deze tijd zijn mensen steeds beter in staat om zelf aan te geven welke leerbehoeften zij hebben. In veel gevallen wordt dat niet meer herkend als leren. Dat woord is verbonden met onderwijs, cursussen en opleidingen. Vanuit onszelf redenerend, willen wij gewoon weten hoe iets in elkaar steekt, stellen we de ‘waarom-vraag’ of struinen we het internet af op zoek naar… Ja, naar wat eigenlijk?  De huidige technische voorzieningen maken het in veel gevallen mogelijk direct en adequaat antwoorden te vinden op de veelal onbewust gestelde vragen.

 

Als maatschappij kunnen we ons niet meer permitteren talenten onbenut te laten. Ondernemingen kunnen dat evenmin. Bij de steeds groeiende vraag naar specialistische en generieke kennis kunnen wij het ons niet meer veroorloven de in ons en onze medemens verborgen talenten niet te gebruiken. Dat was in feite altijd al zo als ethisch uitgangspunt, maar het zal niet de eerste keer zijn dat een economische drijfveer uiteindelijk voor een doorbraak zorgt.

 

 

1ONTWIKKELINGEN IN DE SAMENLEVING

 

We leven in een tijdgewricht waarin zaken fundamenteel aan het wijzigen zijn. Of liever gezegd: waarin we ons als maatschappij weer doorontwikkelen naar een nieuwe fase. Alvin Toffler begint hoofdstuk 1 in zijn boek ‘De derde golf’ (Toffler, 1980) als volgt:

 

Ons huidige bestaan beleeft het ontstaan van een nieuwe beschaving en overal zijn met blindheid geslagen mensen bezig dat te verhinderen. Deze nieuwe beschaving brengt nieuwe gezinsmodellen met zich mee; andere wijzen van werken, liefhebben en leven; een nieuw economisch systeem; nieuwe politieke conflicten en bovenal een ander soort bewustzijn. Delen van deze nieuwe beschavingsvorm treffen we nu al aan.

Miljoenen stemmen hun leven inmiddels af op het ritme van morgen. Anderen, dol van angst voor wat de toekomst zou kunnen brengen, besteden al hun energie aan een wanhopige en zinloze vlucht in het verleden, in een poging de stervende wereld die hen eens heeft voortgebracht, nieuw leven in te blazen.

De opkomst van deze nieuwe beschaving is het ingrijpendste gebeuren van deze tijd.

 

Toffler schreef dit in 1980 en we zitten nu middenin deze omwenteling. Onder invloed van al deze veranderingen ondergaat ook ons leren een fundamentele verandering die ik wil verduidelijken aan de hand van een tweetal ontwikkelingslijnen:

van collectief naar individueel

van masculien naar feminien, ook wel gelabeld als ‘van macht naar kracht’.

 

 

 

1.1Van collectief naar individueel

 

Veel factoren wijzen op een ontwikkeling die gaat van een collectivistische maatschappij naar een waarin het individu meer centraal staat. De vorige eeuw kenmerkte zich door een collectivistische samenhang: we waren niet erg sterk in het herkennen en erkennen van persoonlijke eigenschappen. Scholen waren in hun onderwijs nog nauwelijks gedifferentieerd, werken aan de lopende band was normaal, de kerk een redelijk gesloten front en het verenigingsleven bloeide.

Deze zaken zijn in verschuivend perspectief. Differentiatie naar tempo en naar moeilijkheidsgraad stond in de jaren tachtig hoog op de agenda van menig schoolteam, als uitdaging om uit de massaliteit van de klas te breken en aan meer individuele capaciteiten van leerlingen tegemoet te komen. Binnen het gesloten klassikale schoolsysteem een hele opgaaf. Het bleef dan ook veelal beperkt tot differentiatie in drie groepen: langzame, normale en de snelle leerlingen.

In het bedrijfsleven heeft het eentonige lopende band werk weliswaar plaatsgemaakt voor gevarieerdere werkvormen, maar medewerkers moeten zich nog altijd aanpassen aan de functie, het omgekeerde komt nog weinig voor. Kerkelijkheid en verenigingsleven kenmerken zich vandaag de dag over het algemeen door een afnemende belangstelling. Alleen daar waar ingespeeld wordt op meer individuele behoeften van mensen is continuïteit of groei waar te nemen.

 

 

1.2Van macht naar kracht

 

Het herkennen van de ontwikkelingen van collectief naar individueel is van belang om ook de tweede lijn in de ontwikkelingen van dit tijdperk te herkennen. Want in al die bewegingen is zichtbaar dat de individuele mens zich meer en meer als individu is gaan herkennen en als zodanig door zijn omgeving gezien wil worden. Geen vanzelfsprekende aanpassing meer aan gezag van huiselijke, politieke, kerkelijke aard en geen automatische volgzaamheid van de leiding op het werk. Individuen zoeken een weg voor hun eigen identiteit. Gehoorzaamheid is ‘uit’. Daar waar macht als absoluut gegeven wordt gepresenteerd, komt tegendruk door het ontwikkelen van kracht. Kracht die ontstaat door ruimte te geven aan veel individueler bepaalde doelen. Als wij iets doen, doen we dat omdat we er het nut van inzien of de redelijkheid ervan; niet meer uitsluitend omdat het moet.

 

Ook het veelbesproken Poldermodel is een uiting van de beweging van macht naar kracht. Het is juist gebaseerd op het herkennen en erkennen  van de eigen kracht en van die van de andere betrokken partijen. Dat er nu weer geluiden opgaan het Poldermodel ten grave te dragen, kan moeilijk als een punt van vooruitgang worden gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *