Vbnbl 3

 

2GEVOLGEN VOOR HET LEERPROCES

 

In het leren van mensen verbinden zich beide lijnen. Waren wij in de twintigste eeuw gewend datgene tot ons te nemen wat door anderen als goed of noodzakelijk voor ons werd gedacht, vandaag, in de éénentwintigste eeuw geven mensen meer en meer zelf sturing aan hun leerproces. In het onderwijs kun je het merken aan het nog steeds groeiend aantal variaties in studierichtingen en specialisaties. Het is een manier om meer tegemoet te komen aan specifieke leerbehoeften van studerenden. In religieuze sfeer zien we veel kleinere groeperingen die uiting proberen te geven aan hun eigen ontwikkelingsdrang. Zij doen dat op eigen wijze en vaak ver van de traditionele religies. In het bedrijfsleven is de vraag naar opleidingen groot en groeiend.

 

Zo bezien kunnen we reeds veel ontwikkelingen waarnemen die Toffler’s vroege zienswijze ondersteunen. Maar de wezenlijke kentering moet zich nog doorzetten. Zeker waar het het onderwijs en opleiding betreft. Daarvoor is herkenning en erkenning nodig van het volgende.

 

 

2.1Leren is een levensdrift

 

Soms weet je iets, zonder te weten, dat je het weet. Je voelt het ‘ergens’. Zo vergaat het velen wanneer ik ze confronteer met de stelling ‘leren is een levensdrift’. Men herkent het bij zichzelf in meer of mindere mate, maar er lijken zoveel voorbeelden die de stelling tegenspreken. Wat te denken van al het geploeter in het voortgezet onderwijs; wat te denken van al die uitgebluste bijna VUT-ters in het bedrijfsleven. En in hoeveel ondernemingen wordt het feit dat medewerkers om vijf voor vijf met de tas weer klaar staan om naar huis te gaan tegengaan door scherpe targets…

 

Leren is een levensdrift. Van de geboorte tot ons vierde jaar leerden wij verreweg het meest en we hadden niet in de gaten dat het leren was. Onze ouders ook niet: ‘Hij gaat nog niet naar school’, zeiden ze. Want leren doe je op school, werd gedacht. Maar wie leren synoniem ziet met groeien weet wel beter: ook, of liever gezegd juist buiten de school wordt veel geleerd. Maar in onze schoolse opvattingen hebben we leren ‘niet leuk’ gemaakt. Het is iets wat moet en moeten is meestal niet leuk, tenzij het van jezelf ‘moet’. Dan wil je het en dan gaat het vanzelf. Leren is een levensdrift.

Iedereen wil groeien, iedereen wil zich ontwikkelen; iedereen ervaart het plezier iets gedaan, gezien, ervaren te hebben wat hij/zij nog niet eerder kon, zag of meemaakte. Het geeft energie, je voelt je krachtiger.

 

Maar vanaf ons vierde (en soms al eerder) hebben we dat plezier ontmoedigd. Thuis moesten we toch veel gehoorzamen, op school vooral opletten en op ons werk goed luisteren naar de opdrachten van de baas. Verleden tijd? Zeker niet. Er zijn natuurlijk kenteringen, maar de wezenlijke stap moet nog gemaakt worden. Opvoeders, schoolmeesters en bazen: wanneer stoppen ze met gebieden, met het geven van directieven en het presenteren van doelstellingen? Wanneer gaan ze luisteren? Wanneer gaan ze zich werkelijk verdiepen in de dieper liggende potenties en ambities van hun kinderen, leerlingen of medewerkers? Onbaatzuchtig luisteren en niet luisterend naar de eerste de beste mogelijkheid om een eigen argument of doelstelling kwijt te raken aan de ander. Onbaatzuchtig luisteren betekent oprechte belangstelling voor dat vlammetje van die ander: die levensdrift tot leren. Prof. Dr. Arnold Cornelis heeft een mooie naam daarvoor bedacht: ‘het verborgen programma’. (Cornelis, 1998) Iedereen heeft zo’n uniek ‘verborgen programma’ dat we ontdekken gedurende ons hele leven. Dat ontdekken kunnen we alleen niet in ons eentje, daar hebben we anderen bij nodig. We hebben anderen nodig om het verborgen programma in onszelf te ontdekken, om daarna richting te geven aan ons leven. Om ons zelf te sturen in plaats van gestuurd te worden. Dat is de grote omwenteling waar we nu voor staan. Een omwenteling die essentieel is om het nieuwe leren goed te begrijpen en in te richten. We laten ons niet meer sturen, we willen ons zelf sturen. Niet alleen, maar in communicatie met anderen. ‘Communicatieve zelfsturing’ noemt Cornelis dat.

 

In de kern weten we het al heel lang: als we iets leuk vinden doen we het beter dan wanneer we iets niet leuk vinden. Leerlingen halen de beste resultaten in de vakken die ze leuk vinden; collega’s zijn op hun sterkst wanneer ze doen waar ze plezier in hebben. Toch is er op dit gebied nog veel te winnen. Heel veel. En wel door af te stappen van het idee dat wij wel weten wat goed voor die ander is. We moeten vooral gaan luisteren naar de passies en ambities van kinderen, leerlingen en medewerkers. Kunnen we elkaar helpen die ambities bij elkaar te ontdekken dan komen er onvermoede en onvoorstelbare krachten boven. Mensen die ‘op hun passie zitten’ kennen een tomeloze energie en kracht. ‘Flow’ wordt dat genoemd. (Csikszentmihalyi, 1999) Tijd lijkt voor hen niet te bestaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *