Waarom versnelt de tijd? Deel 2.

Op YouTube staat een aardig filmpje: ‘Did you know 3.0’. Regelmatig komt er een nieuwe versie van uit. In een onderdeel van dat 5 minuten durende filmpje  wordt getoond hoeveel tijd een medium nodig had om 50 miljoen gebruikers te hebben. Bij de radio kostte dat 38 jaar; de televisie had daar nog maar 13 jaar voor nodig. Internet 4 jaar. De iPod 3 jaar en Facebook bereikte dat aantal al na 2 jaar.

Ik vind dit een mooi voorbeeld van de enorme versnelling die wij meemaken. Maar we mogen het niet verwarren met ‘een versnelling van de tijd’. Want net zo als in mijn vorige blog geldt ook hier: de tijd gaat niet sneller, maar het aantal mogelijkheden neemt steeds sneller toe. Is er ergens iets nieuws bedacht?  Vroeger duurde het jaren voordat die kennis over de wereld was verspreid. En dan spreek ik niet over heel veel vroeger. ‘Eind vorige eeuw’ klinkt wel ver weg, maar is het niet. Vandaag de dag staat nieuwe kennis à la minute online en is het toegankelijk voor grote groepen, verspreid over de hele wereld. Die deze kennis per direct weer gaan verrijken en verspreiden. Enzovoort.

Aangezien we in ons eentje de wereld niet kunnen veranderen is er maar één remedie om deze versnelling te kunnen weerstaan: vertragen. Meedoen door te vertragen.

Ik moet daarbij altijd denken aan een ondertussen al lang verboden kermisattractie.  Samen met de botsautootjes en de (eveneens nu verboden) trekwagentjes, was dit mijn favoriet. Stel je een grote ronde tent voor met in het midden een grote draaischijf.  Ik kan het niet meer precies nagaan, maar ik schat de diameter toch gauw op zo’n 7 à 8 meter. Naar het midden liep de schijf licht omhoog. Hij was van hout. Mooi gepolijst hout. Om de draaischijf een zandbak en daaromheen kon achter een wandje het publiek staan. Bij het klinken van de bel mocht je op de schijf plaatsnemen. Dat gebeurde massaal. Bij de volgende bel ging de schijf langzaam draaien. Langzaam werd de snelheid opgevoerd. Was je gaan zitten, dan werd je al snel door de middelpuntvliedende kracht van de schijf de zandbak in geworpen. Elkaar vasthouden bood even soelaas, maar nooit voor lang. Om te voorkomen al te snel in de zandbak te geraken zorgde je er voor dat je stond; liefst een beetje naar het midden toe. Daar was het natuurlijk dringen. Door op de schijf mee te lopen kon je je verblijf op de schijf rekken. Aangezien die geleidelijk steeds harder ging, moest je ook steeds harder lopen en werd je steeds meer naar de buitenkant van de schijf gedreven, waar de snelheid hoger en de middelpuntvliedende kracht sterker waren. Uiteindelijk was het rennen geblazen om het noodlot te ontlopen. Iets wat nooit lukte: de zandbak  was geduldig; de schijf meedogenloos. Tenzij. Tenzij je kans zag het absolute midden van de schijf in bezit te nemen en daar te gaan zitten. Daar was ruimte voor één persoon om schijnbaar zonder enige inspanning rondjes te kunnen blijven draaien. De middelpuntvliedende kracht is daar nul. Natuurlijk had de kermisexploitant daar wat op gevonden: een grote zandzak werd vanuit de nok van de tent aan een lang touw op je neergelaten. Het was je geraden daar bij uit de weg te blijven. Omdat je die zandzak wijselijk probeerde te ontwijken verschoof  je uit het midden en begon de ongelijke strijd tussen jou en de schijf opnieuw; al snel rende je naar de buitenrand van de schijf om daarna, net als alle anderen roemloos in de zandbak te eindigen. Ik snap wel dat deze attractie met de huidige veiligheidsvoorschriften verboden is.

Wat er blijft is mijn metafoor: hoe om te gaan met de zogenaamde tijdversnelling. Doe geen poging het toenemende tempo te volgen.  Waag je niet aan de rand, oftewel: doe geen moeite ‘alle mogelijkheden’  te benutten, noch om spijt te hebben van wat je nog niet hebt of deed. Ga naar het midden van de cirkel en vertraag je tijd.

Reacties zijn gesloten.