Wel eens aan zelfmoord gedacht?

Hoor net in het nieuws dat in een crisis meer mensen zelfmoord plegen dan gebruikelijk. Klinkt logisch. Want wanneer ervaar je iets als een crisis: in de kern als je geen mogelijkheden meer ziet. Bijvoorbeeld omdat ze er feitelijk ook niet meer zijn. Er overlijdt iemand in je naaste omgeving. Dat is er niet meer de mogelijkheid met die persoon iets te delen, er mee te praten, samen iets te ondernemen. Dan is het even crisis tot je weer mogelijkheden gaat zien. Dat er nog andere lieve mensen in je omgeving zijn waarmee je ook kunt delen; dat je de ander nog steeds kunt herinneren en dat dat mooie gedachten zijn die je weer blij kunnen maken; dat er zich nieuwe onverwachte zaken aan je voordoen die nieuwe perspectieven geven. Dan verdwijnt de crisis en stroomt er weer nieuwe energie. Want energie krijg je als je mogelijkheden ziet.

En onze geest is zo prachtig: alle mogelijkheden kunnen gedacht worden. Geniet daarvan totdat je ratio ze weer afschiet. Tijdens de recente Olympische Spelen zag ik mijzelf met de polsstok over de 6 meter spingen, ik zag mij nog voor Kromo aantippen op de 100 vrij en ik zag mij als coach omhelsd dooralle gouden hockeyvrouwen. Ik kon het allemaal denken en ik werd er blij van. Dat het allemaal geen realiteit is deert me niet. Ik kon het denken en het gaf mij energie.

Daarom is het ook zo belangrijk dat we niet in crisis denken. Want in crisis denken is denken in onmogelijkheden. Of, en dat lijkt mij nog veel erger, denken dat iets misschien later onmogelijk gaat worden. “Misschien verlies ik straks mijn baan’. ‘Misschien kan ik  straks niet meer drie keer in de week naar de sportschool’, ‘misschien raak ik mijn huis niet op tijd kwijt’. Het zijn stuk voor stuk allemaal gerechtvaardigde twijfels. Maar laat ze wel volgen door: denken in mogelijkheden.

Als je je baan verliest geeft je dat nieuwe kansen. BIjvoorbeeld op een werkkring zonder die drammerige leidinggevende, of het is dé gelegenheid nu voor jezelf te beginnen, of het is de kans om een nieuw vak te leren (wat je eignlijk vroeger altijd al wilde, maar van je ouders niet mocht).
Als je niet meer drie keer naar jouw sportschool kunt, kan je misschien nog wel twee keer, of zle f een groepje vrienden verzamelen en met ze gaan lopen, of thuis wat vaker aan de trap gaan hagen en oefeningen doen.
Als je je huis niet op tijd kwijtraakt, kan je proberen het te verhuren en je kunt overwegen een webshop te beginnen waarmee je het financiele gat kunt overbruggen. Of je gaat heel erg visualiseren hoe het nog wel verkoscht gaat worden en gaat dat uitvoeren.
Het is niet zo moeilijk nieuwe mogelijkheden te denken. De kunst is ze niet direct neer te sabelen.

Er zijn altijd mogelijkheden die gedacht kunnen worden. En als je zelf een mogelijkheid niet denkt, of hem al na 0,14 miliseconde afschiet als ‘kan niet’, ‘mag niet’, ‘wil niet’ of ‘past niet’, dan houdt de energie op te stromen en volgtuiteindelijk de depressiviteit.

Daarom nog eens herhaald: het is nu geen crisis: we zijn bezig met een ethische herbezinning op onze maatschappij. En daarmee ook op onszellf. Daarin ontdekken we dat een aantal zaken ‘niet meer kunnen’ en dat we daarom andere zaken ‘niet meer mogen’ en ‘niet meer willen’ omdat we vinden dat ze ‘niet meer gepast zijn’. Blijft het daarbij dan is het slecht gesteld met de energievoorziening. Dan gaan met met elkaar 70 miljoen per dag sparen; omdat we met geknepen billen de toekomst zitten af te wachten. Maar als we denken over hoe we het wél willen, dan gaat de energie weer stromen. Dan gaan we vanzelf ook weer spenderen en geld is ook energie, dus dat versterkt elkaar. Ik denk dat minder zelfmoorden zullen zijn. Want dat gun je toch niemand: dat er in de geest nog maar één mogelijkheid lijkt te zijn: er zelf een einde aan te maken.

 

Reacties zijn gesloten.